Advertisement
Gregoriaanse Schola - 22 maart 2009

Gregoriaanse Schola – 22 maart 2009

Marlies Roelofs

 

Springader van levend water

N.a.v. Johannes 8: 1-11

 

Vandaag is het de vierde zondag van de Veertigdagentijd en deze zondag staat ook bekend als zondag Laetare en dat betekent ‘verheug u’. Een nog weliswaar gedempte vreugde, maar tóch vreugde vanwege het naderende paasfeest.

 

Onderweg naar Pasen begeleidt de Schrift ons met haar verhalen over licht en leven en vooral over leven dat sterker is dan de dood. Deze verhalen houden ons een spiegel voor. Enerzijds over hoe mensen elkaar het leven onmogelijk kunnen maken. Anderzijds bieden deze verhalen altijd een perspectief. Een perspectief dat laat zien op welke wijze het leven opnieuw weer ongehinderd kan gaan stromen. Precies daarover gaat het verhaal van de overspelige vrouw.

 

Dit verhaal bevat een op het eerste gezicht merkwaardige zin. Tot zelfs twéémaal toe, lezen we dat Jezus zich bukte en is gaan schrijven in het zand. Dit is om twee redenen een merkwaardige zin. Allereerst, omdat Johannes ons wel laat weten dát Jezus in het zand schrijft maar niet wát hij schrijft. En wanneer Johannes de moeite neemt ons te laten weten dát Jezus in het zand schrijft, zou je verwachten dat hij ons óók laat weten wát hij in het zand schrijft. Maar dat doet Johannes niet en dat is op z’n minst merkwaardig. En, ten tweede, is dit merkwaardig omdat het verhaal van de overspelige vrouw zich ook laat lezen zonder enige vermelding van een in het zand schrijvende Jezus. Als je het verhaal leest en je zou de zinnen over Jezus die in het zand schrijft weglaten, blijft de hele verhaallijn als nog in tact. Je kunt het vergelijken met een detail op een schilderij dat geen enkel verband heeft met de rest van de voorstelling.

 

Waarom doet Johannes dit? Waarom componeert hij a.h.w. op deze manier dit verhaal?

 

Misschien omdat hij ons zo krijgt waar hij ons hebben wil, n.l. bij de vraag wát schreef Jezus dan wel in het zand? Én, ten tweede, wat is het verband tussen wat hij schrijft of zou hebben kunnen schrijven en de overspelige vrouw? Welk licht werpt zijn schrijven op dat verhaal?

 

Over wat Jezus geschreven zou hebben, is veel gespeculeerd. Of u het gelooft of niet maar op internet kunt u daarover een hele discussie volgen. Sommigen zeggen dan dat Jezus de 10 geboden in het zand schreef omdat God die ook met zijn vinger heeft geschreven, maar dan niet in zand maar in steen. Anderen zeggen dat hij de zonden van de betrokkenen in het zand schreef; weer anderen dat het zou gaan om de namen van de aanklagers, de farizeeërs. En er is ook iemand die zegt dat het niet uitmaakt wat Jezus schreef want anders had het wel in de Bijbel gestaan. Maar zo gemakkelijk ga ik het u niet maken.

 

Ik wil zijn schrijven in verband brengen met een woord van de profeet Jeremia (17:13). Jeremia richt zich op zeker moment tot God en dan zegt hij:

 

Allen die U verlaten zullen beschaamd worden

en die van U afwijken zullen in de aarde

geschreven worden; want zij verlaten de Heer.

 

Dan heeft Jeremia een prachtige naam voor zijn God. Hij noemt hem de Springader van levend water.

 

Allen die van U afwijken zullen in de aarde

geschreven worden want zij verlaten U, de

Springader, de Bron, van levend water.

 

Deze Godsnaam van Jeremia roept een andere vrouw in herinnering, ook uit het evangelie van Johannes: de Samaritaanse die water komt halen bij de bron. Ook haar verhaal wordt in de Veertigdagentijd gelezen. Deze Samaritaanse ontmoet Jezus bij de bron en hij biedt haar levend water aan. Tussen deze Samaritaanse vrouw en de overspelige vrouw is een overeenkomst. Want de Samaritaanse had vijf mannen gehad en leefde op het moment dat zij Jezus ontmoette met de man van een ander; de vrouw die ze wilden stenigen was betrapt op overspel.

 

Langzaam wordt duidelijk wat hier gaande is. Voor Jezus staan twee wijzen van leven die in beide gevallen ontspoord zijn. Voor hem staat de overspelige vrouw die, evenals de Samaritaanse, het leven belichaamt dat verzandt in een voortdurende behoefte aan roes en extase. En voor hem staan de Schriftgeleerden en Farizeeën. Hun leven is verzand in koude verstarring en verkilling.

 

En Jezus bukt zich en is gaan schrijven in de aarde:

 

Allen die van U, springader van levend water, afwijken

zullen in de aarde geschreven worden…in het stof.

 

Het gaat dus om leven dat verzand is, ontspoord is geraakt.

De overspelige vrouw is niet alleen speelbal, slaaf van haar driften. Zij wordt ook nog eens misbruikt door het geestelijk gezag. Want de wet van Mozes gebiedt niet alleen de dood van een vrouw die overspel pleegt maar ook die van de betrokken man. Echter alleen de vrouw staat voor Jezus. Hieruit blijkt dat de verontwaardiging van Schriftgeleerden en Farizeeën niet de wet betreft. Het is niet hun eerste zorg dat de wet zal worden nageleefd. (En dat is in dit geval maar goed ook). Maar zij proberen via de vrouw Jezus ten val te brengen. Zij zetten haar in als middel in de hoop een uitspraak aan Jezus te ontlokken in de kwestie van overspel, waardoor ze hem in staat van beschuldiging kunnen stellen. 

 

Jezus verhindert dit door het uitspreken van slechts één zin: “Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen.” En weer bukte hij zich om te schrijven in het zand:

 

Allen die van U, springader van levend water, afwijken

zullen in de aarde geschreven worden…in het stof.

 

Farizeeën en Schriftgeleerden verlaten het toneel. Wat fascinerend is, is dat Jezus dit bewerkstelligt zonder hen te veroordelen. Hij ontmantelt hen als het ware. “Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen”: met deze woorden ontnéémt hij hun het oordeel. Ook de vrouw wordt door hem niet veroordeeld. Zij krijgt de opdracht ánders, menswaardiger te gaan leven. En niet langer als een gevangene van haar driften.

 

In dit verhaal gaat het dus om leven dat verzand, ontspoort is geraakt. Een verhaal over het menselijk tekort. Dit tekort - zonde in Bijbelse termen - is niet bedoeld om ons te kleineren of ons voortdurend te confronteren met ons falen. Het verhaal van de overspelige vrouw wil ons oproepen ons te bevrijden van alles dat ons beklemt en ons gevangen houdt. Zodat die Springader van levend water opnieuw in ons kan gaan stromen.

 

Het verhaal laat in het midden of de vrouw en de Schriftgeleerden en Farizeeën daadwerkelijk opnieuw in verbinding treden met de bron, de Springader van levend water. Wel stelt het evangelie onomwonden vast dat Jezus de weg daarnaar toe openbreekt. Hij doet dit door niet te oordelen of te veroordelen maar hij doet dit door vrij te spreken. Precies dit toont zijn diepe verbondenheid met die Springader van levend water.

 

Marlies Roelofs

 
< Vorige   Volgende >
© 2010 Tso'ar - inspiratie en inzet
Ontwerp: Repro- van de Kamp