
| Gregoriaanse Schola - 23 december 2007 |
|
Gregoriaanse Schola – 23 december
2007
Kwetsbaar en onstuitbaar licht
De vierde
zondag van de Advent vormt dit jaar de drempel naar kerstmis. Morgenavond al zitten
de kerken vol om kerst te vieren. Tijdens de voorbereiding van deze overweging,
ontkwam ik er dan ook niet aan om alvast aan de hand van de teksten van vandaag
een kijkje te nemen in het gebeuren van morgen.
Weest klaar, Israël,
voor een ontmoeting met de Heer, aangezien Hij komt…
Advent is
de tijd van uitzien naar tekenen van de nieuwe morgen. De profeet Jesaja ziet die
nieuwe morgen als een twijgje dat ontspruit, een sprietje dat groeit uit een
omgehakte boom, een wortel die groeit uit de aarde. Het zijn geringe tekenen,
niet overweldigend, laat staan wereldveroverend.
Het
verlangen naar licht ontwaakt in de diepste nacht. Zoals ook het verlangen naar
warmte ontstaat in de bittere kou. In de natuur heeft het donker het nu gewonnen
van het licht Maar behalve in de natuur heerst ook op veel plaatsen in onze wereld
meer duisternis dan licht. Daarom blijft dat oude Kerstverhaal ons ook zo
aanspreken: het vertelt over licht dat het duister doorbréékt. Van dat licht
wordt gezegd dat het onstuitbaar is als een geboorte maar zo teer en kwetsbaar
als een pasgeboren kind.
De
evangelist Lucas begint zijn kerstevangelie met de Romeins keizer Augustus die
heel de wereld – dat was toen heel het Romeinse rijk - in beweging zet door een volkstelling te
houden. Maar dan laat hij die onafzienbare stoet mensen voor wat hij is en
stelt hij in zijn verhaal twee van die noodgedwongen reizigers centraal: Maria
en Jozef. Van de keizer uit Rome – het centrum van de macht - naar Bethlehem, dat ligt in een uithoek van
dat grote Romeinse rijk: een plaats aan de rand, in de marge. Deze beweging van
centrum naar de marge, van keizer naar dakloos kind vormt het begin van het kerstevangelie
en is een welbewuste compositie van Lucas. Want als Lucas het geboorteverhaal
schrijft is Jezus al gestorven. In één beweging maakt hij duidelijk dat het leven
van Jezus een leven in de marge was. Naar plaats: het speelt zich af in een uithoek
van het uitgestrekte Romeinse rijk. Als gebeuren: het was toen hooguit een
voetnoot bij het grote wereldgebeuren. Als leven: Jezus ging grotendeels om met
mensen aan de rand, in de marge.
Wie zal beklimmen de
berg van de Heer, wie in zijn heiligdom staan?
Die rein is van handen en zuiver
van hart…
Dit
kwetsbare licht dat echter als een onstuitbare kracht ter wereld kwam, wordt aan
de herders aangekondigd met de woorden: ‘En dit zal voor u een teken zijn: gij zult
een kind vinden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe, een voederbak. ‘Want’,
zo voegt Lucas er nog aan toe, ‘ er was voor hen geen plaats in de herberg.’
Voor deze toevoeging is altijd veel aandacht geweest. Vooral ook omdat Lucas
ons niet vertelt waaróm er geen plaats was in de herberg. Daarom hebben wij
Lucas in de loop der tijden een handje geholpen. Sommigen dachten dat de
herberg vol was vanwege de drukte in verband met de volkstelling. Anderen dat
Jozef en Maria te arm waren om een fatsoenlijk onderdak te kunnen betalen. Weer
anderen bedachten dat een drukke herberg geen goede plek was om een kind ter
wereld te brengen. Geen onderdak kunnen vinden terwijl er een donkere en
misschien zelfs gevaarlijke nacht wacht en dan ook nog met een op handen zijnde
geboorte: het heeft altijd veel aan emotie opgeroepen. Wellicht hebben we
daarom weinig tot geen aandacht geschonken aan het eerste gedeelte van Lucas’
boodschap: “En dit zal voor u een téken zijn: gij zult het pasgeboren kind
vinden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe.
Het
pasgeboren kind in de kribbe is een téken voor ons. En geen feít waarvoor wij
een verklaring zouden moeten zoeken. En het verstaan van dat teken heeft alles
te maken met dat onstuitbare maar kwetsbare licht dat de duisternis verdrijft.
Weest klaar, Israël,
voor een ontmoeting met de Heer, aangezien Hij komt…
En dit zal voor u een teken zijn,
gij zult een kind vinden in doeken gewikkeld is liggend in een kribbe.
Het licht
kan volgens Lucas niet gevonden worden in een herberg: daar is slechts plaats
voor een beperkt aantal mensen en liefst voor degenen die daarvoor goed kunnen
betalen. Daar is niks mis mee maar Lucas kijkt terúg op het leven van Jezus. En
hij vindt dat dit leven aan het licht moet komen op een plaats die voor ieder
die zoekt te vinden is; een plek waar vrij toegang is voor allen: van koningen
tot herders.
Weest klaar, Israël,
voor een ontmoeting met de Heer, aangezien Hij komt….
‘En dit zal voor u een teken zijn
gij zult een kind vinden in doeken gewikkeld liggend in een kribbe.’
Hiermee
vertelt Lucas ons over een leven laag bij de grond, voor ieder toegankelijk.
Hij vertelt over een allemanskind, niet kieskeurig in de omgang. Een kind dat
dwars door de buitenkant van mensen heen keek en hen zag als kinderen van
dezélfde God. Die de barsten die mensen maken door woorden te spreken van
uitsluiten en buitensluiten, heelde, vanuit het diepe besef dat wij allen kinderen
zijn van de éne God.
Het Licht
van Kerstmis is zo kwetsbaar als een pasgeboren kind en zo onstuitbaar als een
geboorte. Goddelijk licht in menselijke gedaante. Dat verhaal over dat
onstuitbare maar kwetsbare licht moeten we overeind houden, moeten we blijven vieren
En een oude Joodse wijsheid zegt dat alleen het verlangen naar dat licht voor God al
voldoende is.
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|