
| Gregoriaanse Schola 23 september 2007 |
|
Gregoriaanse
Schola - 23 september 2007
Zoeken
In dit
huis is de laatste weken veel nagedacht en gesproken over de Godsvraag. Wíe is
Hij en waar is Hij te vinden. Onze tijd kenmerkt zich door het verlaten van
oude geloofszekerheden. Het beeld van een God die ons beschermt tegen ziekte en
onheil en ons beloont met het goede en straft met het kwade, heeft zijn werking
verloren. Áls het al ooit heeft gewerkt. Immers, meer dan 2000 jaar geleden,
beklaagde de psalmist zich er al over dat het kwaad ook de goeden treft en dat
de goddeloze zondaars het maar al te vaak goed hebben. Dan zijn er twee opties.
Of we houden op te geloven in een Goddelijke aanwezigheid óf we gaan opnieuw
naar Hem op zoek. Wat opvalt bij veel zoekenden is, dat zij in geloofszaken
minder behoefte hebben aan allerlei vastomlijnde antwoorden. Zij zoeken veeleer
een richting, een bepaald perspectief.
Beeldende kunst
De
Nederlandse katholieke kunstenaar Marc Mulders – bekend van o.a.
gebrandschilderde ramen in verschillende kerken in Nederland – werd ooit
gevraagd waarom hij geen kruizen en Christussen schilderde. Hij antwoordde toen
dat wij vandaag het christelijke geloof niet meer kunnen beleven zoals dat in
de Middeleeuwen gebeurde. Het gevoel is anders, de geest zweeft verder en dus
moeten we geen kathedralen meer willen bouwen... Het geloof moet andere
uitingsvormen zoeken.
Vandaar
dat in dit huis zoveel ruimte is voor beeldende kunst. Kunst kan, onverwacht en
verrassend, opnieuw een vonk doen overslaan. Zo roept het werk van Mieke van
den Hoeven bij mensen de vraag op wie draait om wie; waar draait het om; ben ik
het centrum van de wereld of wellicht toch niet? En aan bijna geen enkele
bezoeker ontgaat de krachtige verwijzing naar boven van het werk van Louis
Niënhuis op de plaats van de vroegere doopvont. De kracht van deze beelden is dat
zij geen kant en klare antwoorden vormen maar vragen bij mensen losmaken en hen
op een bepaald spoor zetten. Zo is dit gebouw met de kunst die hier te zien is
uitdrukking van een gelovig zóeken.
Geheimtaal ontcijferen
Maar in
dat proces hoeven we niet telkens het
wiel opnieuw uit te vinden. Dat hebben generaties lang vóór ons gedaan. Mensen
weten dat ze geboren worden en eens zullen sterven. Maar mensen, zowel vroeger
als nu, kunnen het niet laten om de vraag te stellen naar de zin van dit alles.
En de dichter zegt dan dat God zelf deze vraag in de harten van de mensen heeft
gelegd om Hem zo op het spoor te komen. De ervaringen en worstelingen van de
vele generaties voor ons rond de zinvraag, zijn voor ons niet verloren gegaan.
Ze zijn gebundeld in boeken die samen de Bijbel vormen. Het woord Bijbel dat
van het woord biblia komt en dat
betekent boeken. Alleen stamt dat boek uit een andere tijd en een andere
cultuur en dat houdt in dat deze oude teksten zich niet zomaar laten lezen. De
taal, zoals Carel ter Linden dat zo mooi zegt, is voor ons geheimtaal geworden
die wij moeten ontcijferen. En dat te doen is meer dan de moeite waard want
daarin wordt de diepste wijsheid over ons leven bewaard.
De weg
Welke
wijsheid zit verborgen in de tekst van vandaag? In de tekst van Jezus Sirach
staat het woord weg centraal: laat je hart de juiste weg inslaan, zegt hij,
bewandel rechte wegen, wijk niet af van de weg, wie de Heer liefheeft volgt
zijn wegen. Maar er staan nog andere woorden in deze tekst die bij veel mensen
weerstand zullen oproepen. Jezus Sirach zegt n.l.: je moet geduldig zijn in de
gebeurtenissen die je vernederen en de mens die God aangenaam is wordt beproefd
in de oven van de vernedering. Daar zit een lastige kronkel: dat er sprake is
van een weg, een bepaalde weg door het leven is alleszins begrijpelijk. Maar
een weg die in verband wordt gebracht met vernedering is onacceptabel. Hebben
we híer dan te maken met een woord dat we moeten ontcijferen om de verborgen
wijsheid daarin aan het licht te brengen? Hoe moeten we dat ontcijferen dan
aanpakken?
De beste, de grootste, de hoogste
Een
manier is om dit woord in verband te brengen met andere, daarop lijkende
woorden die ook in de Bijbel te vinden zijn. En vandaag krijgen we die woorden
als het ware op een presenteerblaadje aangereikt. Want als we zodadelijk de
Lofzang van Zacharias zingen dan klinken als de beginwoorden: “Zo moet het
onder jullie niet zijn. Integendeel, wie groot wil worden onder jullie, moet
jullie dienaar zijn, en wie onder jullie de eerste wil zijn, moet jullie slaaf
zijn.” Woorden die Jezus tot zijn leerlingen spreekt. Hij heeft alle reden om
met deze woorden zijn leerlingen te onderrichten. Want zij hebben onderweg
ruzie gemaakt over de vraag wie de grootste, de hoogste, de beste is. (Hier
horen we weer dat woord ‘weg’!) En dat staat zo en passant in het evangelie: onderweg
naar huis maakten de leerlingen ruzie met elkaar. Zoals mensen van vandaag dat
nog steeds doen: ruzie maken met elkaar over de vraag wie de grootste is, de beste
is, de hoogste is. Nu hebben veel woorden in de Bijbel een dubbele bodem en dat
geldt ook voor een woord als de weg. Want met de weg wordt niet alleen bedoeld
de weg waarover de leerlingen naar huis lopen. Ten diepste gaat het om de weg die
Jezus begaanbaar maakt door het leven. Op zijn levensweg wordt hij gevolg door
zijn leerlingen. Op die weg, Jezus volgend, maken zij ruzie over de vraag wie
de grootste is. En dan zwijgen zij, zo staat in het verhaal. Want ze beseffen
dat de vraag wie de grootste is hen doet afraken van die weg. Want de vraag wie
de beste/de grootste/de hoogste is, is ten diepste een levensbedreigende vraag.
Overal waar mensen of groepen of volkeren denken bóven anderen te staan,
superieur denken te zijn, vallen er vroeger of later klappen en uiteindelijk doden.
Als je de vraag wie de grootste, de beste is stelt op de weg van Jezus, dan
raak je van die weg af. Jezus richt dan de blik van zijn leerlingen opnieuw op
zijn weg. Hij zegt dan: “Zo moet het onder jullie niet zijn. Integendeel, wie
groot wil worden onder jullie, moet jullie dienaar zijn, en wie onder jullie de
eerste wil zijn, moet jullie slaaf zijn”. De grootste, de beste willen zijn kan
alleen maar door van anderen mínderen te maken. Daarom wordt die weg van Jezus
tot een levensweg omdat het leven mogelijk maakt voor állen en niet voor
slechts enkelen. Om het woord vernederen te verstaan moeten we het dus in
verband brengen met het woord ‘klein.’ Het gaat dus niet om je te vernederen
ten koste van jezelf of je talenten. Maar om het perspectief van de ander nooit
uit je doen en laten te verliezen.
Gelovig
zijn betekent geloven in een absolute waarheid. Maar dat betekent niet dat wij
als onvolmaakte mensen die waarheid volledig in pacht hebben. De Schrift zegt
dan ook dat wij God niet kunnen doorgronden. Het is te vergelijken met een
schilderdoek dat grotendeels blank is maar dat wij mensen met hier en daar een
vorm hebben ingekleurd. De tekst van vandaag is zo’n inkleuring. Want de
levenslessen hebben geleerd dat er klappen en doden vallen op de weg waar de
belangrijkste vraag is wie de grootste is. En dat de weg van de kleinen leven
voor állen voortbrengt. Met die wijsheid, zegt de Bijbel, waar de mens niet
langer zichzelf zoekt, is God gediend. Daarmee eren en loven wij Hem. Met een
oud en bekend woord heet dat wij de dingen doen pro Deo.
Uit: Jezus
Sirach 2:1-7.15-18
Mijn kind,
wanneer je de Heer gaat dienen,
bereid je
dan voor op beproevingen.
Laat je
hart de juiste weg inslaan,
laat het
sterk zijn,
en wind
je niet op als de tegenspoed komt.
Houd je
aan hem vast en laat Hem niet los:
dan zul
je uiteindelijk groter worden.
Alles wat
je overkomt moet je aanvaarden;
je moet
geduldig zijn
in de
gebeurtenissen die je vernederen.
Want goud
wordt in het vuur beproefd,
en de
mens die God aangenaam is
in de
oven van de vernedering.
Vertrouw
op Hem en Hij zal je helpen;
bewandel
rechte wegen
en stel
je hoop op Hem.
Jij die
de Heer vreest, verwacht zijn erbarming
en wijk
niet af van de weg: je zou kunnen vallen.
Jij die
de Heer vreest, vertrouw op Hem
en je
loon blijft zeker niet uit.
Jij die
de Heer vreest, hoop op het goede,
op
eeuwige blijdschap en medelijden.
Wie de Heer vrezen
zijn niet
ongehoorzaam aan zijn woorden.
Wie Hem
liefhebben volgen zijn wegen.
Wie de
Heer vrezen zoeken zijn welbehagen;
wie Hem
liefhebben zijn vol van de Wet.
Wie de
Heer vrezen houden hun hart bereid
en
vernederen zich voor Hem.
Laat ons
maar in de handen van de Heer vallen
en niet
in de handen van de mensen,
want
zoals zijn grootheid is, zo is ook zijn medelijden.
|
| < Vorige |
|---|