Advertisement
Gregoriaanse Schola - 25 november 2007

Gregoriaanse Schola – 25 november 2007

Marlies Roelofs

Overweging op het hoogfeest van Christus Koning


Je laten raken door wat er is en wat zich aandient

In het dagblad Trouw staat elke maandag een aflevering van een stripverhaal getiteld Het dagboek van Anton Dingeman. Schrijver en tekenaar Pieter Geenen laat zijn hoofdstripfiguur Anton Dingeman op vaak hilarische wijze commentaar leveren op actualiteiten. Een van de laatste afleveringen stond in het teken van de novembermaand van de spiritualiteit. Het ging over een zekere Rinus die zo verlicht was dat hij uiteindelijk voorgoed onzichtbaar werd. Het stripverhaal eindigt met het doen van door Rinus opgedragen geestelijke oefeningen. Oefening 1 luidt: goedemorgen zeggen – en dan staat er in de tekst tussen haakjes – bv. in de tram. Deze oefening vormt een scherp contrast met de spiritualiteit van Rinus die hem uiteindelijk onzichtbaar maakte. Op de bijbehorende tekening zie je mensen in een tram en zij leveren commentaar op deze oefening. Iemand zegt dan:’ goedemorgen zeggen, dat is moeilijker dan zen.’ Een ander zegt: ‘goedemorgen zeggen, maar…. hoe dan?’ De derde zegt: ‘dat lukt mij niet.’ En de vierde zegt tenslotte: ‘ik ga liever iets spiritueels doen. Dansen op het strand of tantra of zoiets.’ Deze geestelijke oefening sluit haarscherp aan bij wat lekendominicaan Erik Borgman noemt de oerparadox van de christelijke traditie. Die oerparadox luidt: wie een geïnspireerd leven wil leiden moet het zoeken naar inspiratie opgeven en zich laten raken door wat er is en wat zich aandient.

 
Wanneer je deze oerparadox als een soort meetlat naast het leven van Jezus van Nazareth legt, realiseer je je vrijwel onmiddellijk dat in het evangelie nergens melding wordt gemaakt van een vaste verblijfplaats of adres van hem. Jezus van Nazareth: adres onbekend. Dit gaat verder dan alleen de letterlijke betekenis van iemand die voortdurend op weg en onderweg is. Op een dieper niveau gaat het om iemand die zich voortdurend laat raken door wat er op zijn pad kwam. En van daaruit onderrichtte hij, genas hij. Het is een zeer aardse spiritualiteit waarin hij – en daarin was hij zeer onaards – niet zichzelf zocht. Daarin was hij groot, was hij koninklijk.

 
In de Apocalyps wordt gesproken over de oogst die binnengehaald wordt door de Mensenzoon. Vooraf gegaan door de woorden van de profeet Habakuk over het visioen dat uitblijft. Maar, zo zegt de profeet, geef het wachten niet op want komen doet het beslist en het komt niet te laat. In beide teksten gaat het over het messiaanse rijk van vrede en gerechtigheid, het aards paradijs: die gedroomde werkelijkheid. Maar er is een spanning tussen de tekst uit de Apocalyps en de woorden van Habakuk. Want de oogst gaat over wat er al is en het visioen over wat nog komt. De tekst over het visioen lijkt dichterbij de werkelijkheid van vandaag te staan: het rijk is er nog ( lang ) niet, het ligt nog in het verschiet.

Maar de tekst over de oogst zegt juist dat het er al is!

 
Een rabbijn zei ooit:

Om het rijk van de vrede te vestigen is het niet nodig

alles te vernietigen en met een compleet nieuwe wereld

te beginnen. Het paradijs is niet ver weg. Het ziet er precies

zo uit als hier, alleen een beetje anders. Maar dat kleine

beetje is zo moeilijk te bepalen dat iemand ons moet helpen.

Een kunstenaar. Een dichter. Een kind. De Messias.

 

In ons dagelijks spraakgebruik reserveren wij het woord paradijs vooral voor de roze en zonnige kanten van het leven. Als we verliefd zijn, zijn we in de zevende hemel, als we met vakantie zijn in de prachtige natuur wanen we ons soms in het aards paradijs, als er een kind geboren wordt raken we bevangen door het wonder van het leven. Dit zijn voorbeelden van ‘paradijsmomenten’. Maar de rabbijn heeft niet uitsluitend deze momenten voor ogen als hij spreekt over het paradijs. Het gaat hem om héél onze wereld, om héél ons leven met alles wat daarbij hoort aan goed en kwaad, vreugde en verdriet. En de oogst waar de Apocalyps over spreekt moet dan ook overal te vinden zijn en is niet beperkt tot de hoogtepunten, de goede kanten van het leven. Waar is die oogst dan nog meer te vinden?

 
In de ervaring van een vrouw die in het ziekenhuis wacht op de geboorte van haar tweede kind. Haar is gezegd dat het vrijwel zeker is dat haar kind zal overlijden. En zij ligt te wachten op wat komen gaat en plots weet zij dat wat er ook gebeurt: het is goed. Een moment van vrede te midden van groot verdriet. Of de man die zegt: ook als ik sterf aan deze ziekte, ik weet dat het goed is. Ook hier: vrede te midden van grote onzekerheid. Of het pasgeboren kindje dat na twee weken stierf en in de korte tijd dat hij hier was zoveel aan liefde en ontroering opriep. En dan gaat het om liefde in zijn puurste vorm. Liefde tussen volwassen partners is altijd aan voorwaarden gebonden: je wilt er iets voor terug. Maar dit was liefde en ontroering die is en die niets terug vraagt. Ook hier een puur en zuiver moment te midden van een hartverscheurende situatie. Het zijn voorbeelden van momenten die door de betrokkenen meestal ervaren worden als gegeven, als geschonken. Het kan gebeuren in positieve én negatieve situaties. De God van leven is met ons op álle dagen, in álle uren.

 

In het schilderij van kunstenares Annemarie Augustijn (achter mij) zien we de contouren van de onderkant van een kruis met – links -  een zwart geschilderde figuur. Achter dat kruis is het licht(er), een vermoeden van ramen waaruit een blauw geschilderde figuur als het ware naar buiten kijkt. Het sluit aan bij de gedachte van die oogst die zich manifesteert dwars door goed en kwaad, vreugde en verdriet heen.

 

Uiteindelijk, zegt de Apocalyps, is dan ook alleen het lam waardig om het boek te openen. Het levensboek dat in Gods handen ligt en waarin alles opgetekend is aan goed en kwaad,  vreugde en verdriet. Maar waarin ook alles staat over dat paradijs dat er precies zo uit ziet als hier, alleen een klein beetje anders. Alleen iemand als een lam begrijpt dat. Want dat is iemand die zich laat raken door wat er zich op zijn weg aandient. En die gevoelig is voor de oogst. Ook voor de nauwelijks zichtbare oogst die soms verborgen zit te midden van de scherven van het leven. Die oogst houdt het zicht op het visioen, op de toekomst open.

 
Wie een geïnspireerd leven wil leiden moet het zoeken naar inspiratie opgeven en zich laten raken door wat er is en wat zich aandient.

De Bijbelschrijvers laten ons dan weten dat dit een koninklijke levenshouding is.

 
Marlies Roelofs

 
Voor deze overweging is gebruik gemaakt van:

1. Een aflevering van het stripverhaal Het dagboek van Anton Dingeman in het dagblad Trouw, november 2007.

2. Het artikel Laat je raken van Erik Borgman in Volzin nr. 21, 2 november 2007.

3. Het artikel Kleine theologie van de kwetsbaarheid van Maria van Daalen in het dagblad Trouw van 6 augustus 2005.

 
 Lezingen: Apocalyps 14:14-16

              Habakuk 2:3

              Apocalyps 5: 1-7.9-10.12.13-14.

 (1)
Want het visioen, al wacht het de vastgestelde tijd nog af, hijgt niettemin naar zijn vervulling;
het vervult geen leugen. Al blijft het ook uit, geef het wachten niet op want komen doet het beslist en het komt niet te laat.
Ik keek toe, en ik zag een witte wolk; op de wolk zat iemand, een mensenzoon gelijk, met een gouden kroon op zijn hoofd en een scherpe sikkel in zijn hand. Een andere engel kwam uit de tempel en riep met luide stem tot Hem die op de wolk zat: ‘Sla uw sikkel erin en maai, want het uur om te maaien is gekomen; overrijp werd de oogst van de aarde. Toen wierp Hij die op de wolk zat zijn sikkel op aarde, en de aarde werd afgemaaid. En op zijn mantel en op zijn dij staat een naam geschreven: Koning der koningen en Heer der heren.

(2)
Toen zag ik in de rechterhand van Hem die op de troon zetelt een boekrol, van binnen en van buiten beschreven, en verzegeld met zeven zegels. En ik zag een machtige engel, die met luide stem riep: ‘Wie is waardig het boek te openen en de zegels te verbreken?’ Maar niemand in de hemel of op aarde of onder de aarde was in staat het boek te openen en in te zien. Ik barstte in tranen uit, omdat niemand waardig werd bevonden het boek te openen en in te zien. Toen zei een van de oudsten tegen mij: ‘Droog je tranen. De leeuw uit de stam Juda, de wortel van David, heeft overwonnen: Hij mag het boek openen en de zeven zegels verbreken.’ Toen zag ik een lam staan. Het zag eruit alsof het geslacht was. Het lam kwam dichterbij en nam het boek uit de rechterhand van Hem die op de troon zetelt. Toen het de boekrol genomen had, vielen allen neer voor het lam. En zij zongen een nieuw lied: ‘Waardig bent U het boek te nemen en zijn zegels te verbreken; want U bent geslacht en U hebt hen gekocht voor God met uw bloed en uit alle stammen en talen en volken en naties. U hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninklijk geslacht van priesters, en zij zullen heersen op aarde. En zij riepen luid: ‘Waardig is het lam dat geslacht werd, de macht en de rijkdom, de wijsheid en de kracht, de eer en de heerlijkheid en de lof te ontvangen.’ En elk schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en in de zee, en alles wat daarin is hoorde ik roepen: ‘Aan Hem die zetelt op de troon en aan het lam lof en eer en heerlijkheid en kracht tot in alle eeuwigheid.. En allen zeiden: ‘Amen’, en vielen in aanbidding neer.

 

 
< Vorige   Volgende >
© 2010 Tso'ar - inspiratie en inzet
Ontwerp: Repro- van de Kamp