Advertisement
Gregoriaanse Schola - 26 oktober 2008

Gregoriaanse Schola – 26 oktober 2008

Marlies Roelofs

De mythe van de bezieling

Lezing uit het boek Exodus 22:20-26

U mag een vreemdeling niet slecht behandelen en hem het leven niet moeilijk maken, want u hebt zelf als vreemdeling in Egypte gewoond. Weduwen en wezen moet u geen onrecht aandoen. Als u hun tekort doet en hun klagen tot Mij opstijgt, dan zal Ik gehoor geven aan hun klagen. Mijn toorn zal losbarsten en met het zwaard zal Ik u doden: uw vrouwen worden weduwen, uw kinderen wezen. Als u aan iemand van mijn volk geld leent, aan een noodlijdende in uw omgeving, gedraag u dan niet als een geldschieter. U mag geen rente van hem eisen. Als u iemands mantel in pand neemt, dan moet u die voor zonsondergang aan hem teruggeven. Hij heeft niets anders om zich mee toe te dekken, het is de beschutting van zijn blote lichaam, hij moet erin slapen. Roept hij Mij om hulp, dan zal Ik hem verhoren, want Ik ben vol medelijden.

Overweging

De Joodse traditie kent een prachtig verhaal over de grenzeloze barmhartigheid van God.

Dat verhaal gaat als volgt:
Wanneer de grote rabbi Baal Sjem Tov voor de moeilijke taak stond zijn volk te redden, placht hij op een bepaalde plek in het woud te gaan mediteren; hij stak daar een vuur aan en zei een gebed op. En het volk werd gered.
Toen een generatie later een andere rabbi voor eenzelfde taak kwam te staan, ging hij naar dezelfde plek in het woud en sprak: we kunnen het vuur niet meer aansteken, maar het gebed kunnen we nog wel bidden. En het volk werd gered.
Weer een generatie later stond opnieuw een rabbi voor de taak zijn volk te redden. Ook hij ging het woud in en sprak: het vuur kunnen we niet meer aansteken, en het gebed dat we moeten opzeggen, kennen we ook niet meer; maar we weten de plaats in het woud waar dat alles gebeurd is, en dat moet voldoende zijn. En het volk werd gered.
Maar toen er weer een generatie voorbij was en rabbi Israël van Risjin opgeroepen werd om het volk te redden, ging hij in zijn vergulde zetel zitten en sprak tot God: we kunnen het vuur niet meer aansteken, we kunnen het gebed niet meer opzeggen, we weten zelfs de plaats in het woud niet meer. Maar we kunnen wel het verhaal vertellen. Van hoe het gedaan werd. En opnieuw werd het volk werd gered.

De kern van dit verhaal is het beeld van God als de schier eindeloos Barmhartige. Dit beeld van God ( als de Barmhartige) staat haaks op het beeld van God als de Almachtige. Dát is een problematisch beeld. Want als God almachtig is -  zo gaat de overbekende redenering -  waarom laat Hij dan zoveel kwaad en ellende in de wereld toe? En als Hij niet in staat is om dit te voorkomen, dan is Hij blijkbaar niet almachtig. En dan zal Hij – dat is vaak de volgende stap in de redenering -  wel niet bestaan. Tegenwoordig wordt de almacht van God minder benadrukt. Het actuele Godsbeeld van nú benadrukt God als de liefdevolle, de barmhartige.

Maar loopt het beeld van de barmhartige en liefdevolle God ook niet stuk op de harde werkelijkheid? Want evenmin als we denken iets te merken van Zijn almacht, zo lijken we ook niets te merken van zijn barmhartigheid. En dit is wel fundamenteel. Want veel mensen hebben hun geloof verloren omdat er in hun leven weinig merkbaar was van een almachtige of een barmhartige God. Zo bezocht ik een aantal jaren geleden bezocht ik een oudere heer die uitstekend op de hoogte was van de moderne theologie. Tegenwoordig zeggen ze, zo zei hij mij, dat God liefde is. Hij kon daar weinig mee. God was in zijn beleving een boekhouder die hem na zijn dood zou afrekenen op zijn fouten en tekorten. Met dit beeld van God voor ogen is hij uiteindelijk ook gestorven. Het zat te diep om daar nog verandering in aan te brengen. Je wenst niemand toe om zo in angst te sterven.

Onlangs stond in de krant een artikel met als kop “Zonder mythen gaat het niet”. Het artikel is geschreven door Matthias Smalbrugge, predikant te Aerdenhout. Het ging over de betekenis van mythen waaronder de mythe van de religie. Nu wordt het woord mythe nogal eens verkeerd begrepen. Er zijn veel mensen die denken dat mythen slechts verhalen zijn: dus niet waar, niet echt gebeurd. Het is (maar) een mythe, zo wordt er dan gezegd. Mythen zijn inderdaad verhalen. Maar het zijn niet zomaar verhalen. We zeggen in mythen uit wat we ten diepste over onszelf en over onze wereld geloven. Dat doen we in de vorm van verhalen omdat de dingen die wij ten diepste geloven niet uitgezegd kunnen worden in de taal van de exacte feiten. Om precies die reden staat de Schrift, de Bijbel, vol verhalen. Over trouw, over verbondenheid, over God en al die andere dingen die zich niet laten vangen in definities en formules. Als het om de diepste dingen van het leven gaat gebruiken wij beeldtaal, vaak in de vorm van verhalen of mythen.

In zijn artikel “Zonder mythen gaat het niet” geeft Smalbrugge enkele voorbeelden. In de mythe van de democratie, zo zegt hij, wordt het inzicht gekoesterd van de gelijkheid van alle mensen. De democratie als de agora waar iedere mening telt en gehoord mag worden. Het is van het grootste belang deze mythe hoog te blijven houden, zelfs wanneer de democratie in de praktijk onvoldoende functioneert! Want deze mythe bewaart de diepe overtuiging dat mensen gelijkwaardig zijn.

En wat wordt er bewaard in de mythe van de religie? Religie bewaart de mythe van de bezieling: dat is de diepe overtuiging dat ín ons iets ánders zit dan alleen ons zelf; iets dat niet met ons zelf samenvalt. Het verhaal, de mythe, die deze kerngedachte uitdrukt is het (tweede) scheppingsverhaal in de Bijbel waarin God de mens boetseert uit stof dat Hij van de aarde nam en hem de levensadem in de neus blies. Dit verhaal vertelt ons dat een mens méér is dan alleen stof of materie. Het vertelt over de mens als een bezield wezen.

Het is de ziel die in mensen een heilige onrust veroorzaakt om verder te kijken, voorbij de zichtbare en tastbare werkelijkheid. Het is de ziel die mensen drijft de grenzen van het zichtbare, het hoorbare, het tastbare op te zoeken en, bij de grenzen aangekomen, een goddelijke Aanwezigheid vermoedt.( “Mijn hart is onrustig totdat het rust in U”, zei Augustinus ooit.)

Terug naar de Godsbeelden. Zo beschouwd is God niet allereerst een actor die de wereld al dan niet begunstigt of bestraft. God heeft van doen met bezieling, met iets in onszelf dat niet volledig met ons samenvalt, met een soort heilige onrust die in ons de dynamiek aanwakkert Hem te blijven zoeken in deze wereld, achter deze wereld, voorbij deze wereld…God is Aanwezigheid maar we kunnen Hem niet op zijn staart trappen, we kunnen Hem niet van aangezicht tot aangezicht aanschouwen. Hij gaat schuil achter en in de heilige onrust die ons drijft te blijven zoeken naar het goede, het ware en het schone.

De bezieling in de tekst van vandaag houdt verband met het zoeken naar het goede: maak geen misbruik van kwetsbaren, vraag geen rente als je een armlastige geld leent, geef iemand die zijn mantel verpand heeft terug, het is het enige waarmee hij zich bedekken kan.

Een goddelijke bezieling die ons voorbij onszélf voert, die ons boven onszelf doet uitstijgen.

Mythen, zo zei Matthias Smalbrugge in zijn artikel, zijn dijken die het wantrouwen, de argwaan jegens andere bevolkingsgroepen, het perfide eigenbelang moeten tegengaan. Religie bewaart de mythe van de bezieling. Een goddelijke bezieling die ons boven onszelf kan doen uitstijgen. Die een heilige onrust in ons bewerkstelligt die ons drijft te blijven zoeken naar het ware, het schone en het goede. Naar Gods werkelijkheid. Zoals in de tekst uit Exodus; zoals in het verhaal van de rabbi’s.

Mythen zijn verhalen waarin wij uitzeggen wat wij ten diepste geloven over ons zelf en onze wereld. Verhalen die gaan over God en mensen. Dat het verhálen zijn is van het grootste belang. Het voorkomt dat wij God isoleren door Hem a.h.w. úit het verhaal te halen en Hem buiten de wereld plaatsen, los van mensen. En Hem de rol toebedelen van een morele opzichter, die naar willekeur straft of beloont. We moeten God laten in de context van de verhalen en Hem daar vermoeden en a.h.w. proeven en ruiken. Zoals in de tekst van vandaag waarin Zijn grenzeloze barmhartigheid vermoed wordt. En die verhalen kunnen ons bezielen. Maar we moeten niet proberen Hem op zijn staart te trappen, Hem in definities te vangen. Dat is zo ongeveer het enige dat in de Schrift streng echt verboden is.

Marlies Roelofs


Voor deze overweging is gebruik gemaakt van het artikel ‘Zonder mythen gaat het niet’ van Matthias Smalbrugge in het dagblad Trouw van zaterdag 18 oktober 2008.

 

 

 

 

 

 

 
< Vorige   Volgende >
© 2010 Tso'ar - inspiratie en inzet
Ontwerp: Repro- van de Kamp