|
Gregoriaanse Schola – 27 januari 2008
Marlies Roelofs
Vervloekt is hij die op mensen
vertrouwt, gezegend is hij die op de Heer vertrouwt
Jeremia
treedt als profeet op in de stad Jeruzalem omstreeks 600 voor Christus. Het
zijn roerige dagen. De grootmacht Babylonië heeft het voor het zeggen. Nationalistische
kringen in Juda zoeken naar wegen om zich aan het gezag van Babel te onttrekken.
Doe dat nou niet, waarschuwt Jeremia want het zou de ondergang van Juda kunnen
betekenen. Een erg gelukkig leven lijkt de profeet niet te hebben gehad. Hij
werd profeet tegen wil en dank, hij formuleerde allerlei dreigprofetieën tegen
de verering van andere goden, hij verzet zich tegen hypocrisie, koningen en
priesters klaagt hij aan en tenslotte lezen we in zijn boek over de ondergang
van Juda en Jeruzalem. En met Jeremia zelf lijkt het ook niet erg goed te zijn
afgelopen. Na de verovering van Jeruzalem wordt hij weggevoerd naar Egypte en
verdwijnt daar in de mist van de geschiedenis. Tegen deze achtergrond wordt het
enigszins begrijpelijk dat de profeet schrijft: vervloekt hij die op mensen
vertrouwt. Maar ondanks dat, speelt vertrouwen in ons dagelijks leven een veel
grotere rol dan wij wellicht in eerste instantie beseffen. In bv. de arts, dat
hij de juiste diagnose stelt. In het verkeer dat je medeweggebruikers zich op
verantwoorde wijze zullen gedragen. In de politiek dat de juiste beslissingen
worden genomen. Of je kinderen aan de zorg van anderen toevertrouwen. Dan geef
je nogal wat uit handen en zoals het woord dat al zegt speelt vertrouwen hierin
een bepalende rol. Zonder een bepaalde mate van gezond vertrouwen in elkaar zou
het moeilijk worden te functioneren. Maar zoals gezegd had Jeremia redenen te
over om mensen te wantrouwen. Wij kunnen ons dat wel voorstellen. Ook ons
overkomen situaties waarin wij diep gekwetst worden door mensen en wij ons
vertrouwen in hen dreigen te verliezen. Maar vertrouwen wij dan net als Jeremia
op de Heer? Wat betekent dat eigenlijk: vertrouwen op de Heer? Dat Hij ons dan geeft
wat anderen ons hebben onthouden of hebben afgenomen? Neen, we weten allemaal
dat het zo niet in elkaar zit: God compenseert niet wat wij ontberen omdat wij
ten opzichte van elkaar in gebreke blijven of falen. Hij is niet het
projectiescherm van onze verlangens en wensen.
Gezegend is hij die
op de Heer vertrouwt en zich veilig weet bij Hem
Wat
betekent het dan om je veilig te weten bij Hem? In ons dagelijkse taalgebruik
spreken wij over veiligheid in relatie tot een of andere zaak. Bijvoorbeeld: je
bent veilig in de zin van beschermd tegen bepaalde ziektes omdat je daartegen
bent ingeënt. Of je bent als fietser beveiligd tegen hersenletsel omdat je in
het verkeer een helm draagt. Ook spreken wij over veiligheid in relatie tot
materiële aangelegenheden. Bijvoorbeeld het veilig stellen van je geld door het
naar de bank te brengen. Of het veilig stellen van je bezittingen door het afsluiten
van verzekeringen. Het zijn voorbeelden over hoe wij in het dagelijkse leven
over veiligheid spreken. Veiligheid staat in relatie tot ons lichamelijk en
materieel welzijn.
Gezegend hij die zich veilig weet
bij de Heer
Maar dan gaat
het niet om bescherming tegen ziekte, ongeluk of diefstal. Ook hier is God niet
de sluitpost van onze wensen en verlangens. De huidige geloofscrisis wordt
deels veroorzaakt door het feit dat wij God stiekem wél zien als de sluitpost
van ons verlangen naar gezondheid en geluk. Veel mensen raken in een
geloofscrisis wanneer zij, ondanks al hun gebed, toch worden getroffen door
ziekte of ander ongeluk.
Zich
veilig weten bij de Heer gaat om veiligheid in absolute zin. In die zin dat wij in leven en dood, in voor- en
tegenspoed door God gedragen zijn. Dat houdt geen beveiliging in tegen de
stormen van het leven, wel dat God ons in die stormen draagt. Het vraagt om
overgave. Dat is echter niet gemakkelijk. Het is veel gemakkelijker om met een
God om te gaan waarmee je als mens deals kunt sluiten, waarmee je kunt
onderhandelen, aan wie je een belofte doet in ruil voor iets dat jij wenst.
In leven
en dood, in voor- en tegenspoed zijn wij door God gedragen. Deze ervaring is
terug te vinden in de levensverhalen van mensen.
Het oerverhaal
dat deze ervaring verwoordt, is het Exodusverhaal. De tocht uit onderdrukking
en slavernij naar bevrijding. Of het hier om een historisch gebeuren gaat is
niet interessant. Want het verhaal gaat over alle onderdrukkende en – in de
letterlijke betekenis - adembenemende
situaties van mensen waarin gezocht wordt naar wegen van bevrijding. Daarom is
het een verhaal van vroeger en nu, over mensen die in de stroomversnelling van
het leven niets bespaard bleef. Maar die zich uiteindelijk gedragen wisten door
God. Een joods commentaar bij het Exodusverhaal luidt dan ook:
de zee zal slechts opensplijten
wanneer de eerste Israëliet (de mens) zijn voet in het water heeft gezet en zo
de eerste stap durft te doen naar de onzekerheid.
Een
commentaar waaruit blijkt dat het in het verhaal om heel wat meer gaat dan om een
verslag van een historische gebeurtenis.
Een
hedendaagse ervaring vinden we bij Etty Hillesum. In haar dagboek ‘Het
verstoorde leven’, dat zij schreef gedurende de tweede wereldoorlog, staat het prachtige
zondagochtendgebed. Daarin verwondert Hillesum zich over mensen die op het
laatste ogenblik stofzuigers in veiligheid brengen en zilveren lepels en vorken
in plaats van, zo schrijft zij, jou, mijn God. En die hun lichamen in
veiligheid willen brengen die alleen nog maar behuizingen zijn voor duizend
angsten. En ze vergeten, zegt Hillesum, dat men in niemands klauwen is, als men
in jouw (Gods) armen is. Uiteindelijk volgt zij haar volk naar Dachau. Een plek
waar je leven niet veilig is en waar geen enkele verzekering je tegen wat dan
ook kan beschermen. Ook Dierich Bonhoeffer dichtte: ‘Von guten Mächten
wunderbar geborgen’: door goede machten trouw omgeven. De overeenkomst in alle
drie de situaties is de het geen romantische, gelukzalige situaties zijn. In
het exodusverhaal is sprake van onderdrukking en slavernij, bij Hillesum staat
de tweede wereldoorlog centraal en en Bonhoeffer schreef zijn gedicht terwijl
hij in de gevangenis zat en drie maanden voordat hij in Nazi-Duitsland werd
vermoord. Het zijn verhalen van hoop en kracht vanuit een diep vertrouwen dat
het leven ten diepste bestempeld is als goed.
Geloven is de vrije val in het
vertrouwen dat wij op handen worden gedragen. Het maakt ons vrij van zorg om ons
zélf, zodat wij ons kunnen laten doordringen van de goede machten die ons omringen.
Gezegend is hij die op de Heer
vertrouwt en zich veilig weet bij hem.
Hij is als een boom die aan een
rivier staat
en wortels heeft tot in het water.
Hij heeft geen last van de hitte,
zijn blad blijft groen.
Komt er een tijd van droogte, het
deert hem niet
altijd blijft hij vrucht dragen.
Marlies Roelofs
|