Advertisement
Gregoriaanse Schola - 28 oktober 2007

Gregoriaanse Schola – 28 oktober 2007
Marlies Roelofs

 

Ik zal u met zuiver water besprenkelen en ge zult rein worden.

Ik zal het stenen hart uit uw lichaam verwijderen

en u een hart van vlees geven (Ezechiël 36: 25-27)

 

Een prachtige tekst, poëtisch geladen.

Een krachtige tekst die dwingt tot bezinning.

Een tekst ook met verschillende lagen.

Bij een paar ervan wil ik stilstaan.

 

Onlangs zag ik de film Into great silence van regisseur Philip Gröning. Hij had toestemming gekregen om te filmen in de meest gesloten en verborgen orde van de katholieke kerk: de Kartuizer orde. Hij filmde in La Chartreuse: de vestiging van de Kartuizer orde in de Franse Alpen. De monniken leven daar weliswaar met elkaar maar het grootste gedeelte van de tijd afgezonderd in de stilte van hun eigen cel. Philip Gröning maakte een film van bijna drie uur; zonder dialogen, zonder interviews, zonder commentaar. Zijn film heeft het vermogen de kijkers in de stilte binnen te trekken. Hier wordt film tot liturgie.

De beelden worden afgewisseld met teksten – in sober zwart-wit – ook zonder enige toevoeging van commentaar of achtergrondmuziek. Eén van de teksten die op het scherm verschijnen, is uit de lezing van vandaag:    

         

Ik zal u een nieuw hart geven.

Ik zal het stenen hart uit uw lichaam verwijderen

en u een hart van vlees geven.



Deze tekst wordt gevolgd door een close-up van het gezicht van een van de monniken. Hij kijkt in de camera met een aangrijpende vriendelijkheid. Het is een vriendelijkheid die louter ís, die niets terugvraagt, die niets terugverlangt. Ik zal u met zuiver water besprenkelen en ge zult rein worden: woorden door deze monnik geleefd. Zijn om niets vragende vriendelijkheid getuigt ervan.

Er is een hierop aansluitende, prachtige tekst die Dag Hammarskjöld schreef in zijn boek Merkstenen:

 

Verder werd ik gedreven,

een onbekend land in.

De grond wordt harder,

 de lucht prikkelender, kouder.

 Aangeroerd door de wind

die mij toewaait

van mijn onbekende einder

trillen de snaren

in afwachting.

 

 

Aldoor vragend

zal ik aankomen,

daar waar het leven wegklinkt –

een klare zuivere toon

in de stilte.

 

Leven als een klare, zuivere toon in de stilte, verwoord door Dag Hammarskjöld, verfilmd door Philip Gröning. Het is – denk ik – wat de monniken nastreven. En Ik zal u met zuiver water besprenkelen en ge zult rein worden.

 

Leven als een klare, zuivere toon in de stilte is een rode draad die loopt door de hele Bijbel. Het bijna eeuwigdurende misverstand dat Bijbelverhalen allereerst verslag doen van feitelijk gebeurde, historische gebeurtenissen verhindert ons verstaan van deze verhalen op een dieper niveau. Bijbelverhalen willen allereerst verslag doen van dit verlangen, van onze zoektocht naar die klare, zuivere toon in de stilte. Zo vieren wij - op een dieper niveau - met Kerstmis de geboorte van de zuivere onschuld. Met Pasen vieren wij dat zelfs de dood zijn greep verliest op deze zuivere en klare wijze van leven. Met Pinksteren vieren wij de komst van de (uit)zuiverende Geest. Maar ook in bv. het verhaal van Nicodemus - uit het Evangelie van Johannes - die in de nacht wegsluipt om met Jezus te spreken over opnieuw geboren worden, horen wij de rode draad van dit verlangen. Op diverse wijzen en vanuit verschillende invalshoeken wordt dit verlangen naar die klare, zuivere toon verwoord.

 

De kiem van dit verlangen ligt in de spanning en hectiek van onze samenleving waar die klare toon alleen in de marge soms te horen is. Het is de schaarste van dat moment dat dit verlangen aanwakkert. En er zijn slechts enkelen, zoals bv. de Kartuizers, die van dit verlangen hun levensweg maken.

Het is misschien een troost om te weten dat het nooit anders is geweest. In de geschiedenis van Israël is die klare, zuivere toon lang niet altijd bepalend en doorslaggevend. In haar worsteling met dit verlangen doet Israël openhartig verslag van alles wat haar weerhoudt om aan dit verlangen gehoor te geven.

Zo geeft Abraham gehoor aan een stem om weg te trekken naar het onbekende land van belofte. Het land waar die klare zuivere toon gestalte moet krijgen. De echo van dit verhaal horen we terug in de tekst van Dag Hammarskjöld als hij schrijft Verder word ik gedreven een onbekend land in(…) waar de snaren trillen in afwachting… . En waar Hammarskjöld zich aldoor blijft afvragen of hij zal aankomen in dat land waar het leven wegklinkt als een klare zuivere toon in de stilte, zo doet de Bijbel verslag van alles wat mensen afhoudt om dit verlangen gestalte te geven. In het geval van Abraham: hij komt al snel terecht in Egypte, symbool van duisternis en dood, waar hij Sara verkoopt om zijn eigen lijf te redden.

 

Het is niet voor niets dat het Kartuizerklooster zowel gesloten is als bijna verborgen is voor de buitenwereld. Die klare zuivere toon in de stilte laat zich maar moeilijk vinden wanneer teveel wereldse hectiek en spanning het klooster binnendringt. Daarom is het goed dat de monniken meer dan twintig jaar na het eerste verzoek om te mogen filmen, uiteindelijk hebben ingestemd. Want deze film brengt iets van hun stilte naar ons.

 

Maar toch…. het gaat ook om die zuivere toon te laten klinken in de hectiek van ons bestaan hier en nu. Soms is dat een toon van pure verwondering voor het mysterie van het leven in een wereld die alles wil verklaren, categoriseren en rubriceren. Of een toon van argeloosheid in een wereld die aan elkaar hangt van achterdocht en wantrouwen. Maar het kan ook een toon van vertrouwen en dankbaarheid zijn zelfs als daar geen enkele aanleiding voor is. Zo horen we in de film, op een van de zeer schaarse momenten dat er gesproken wordt, een oude monnik die vertelt hoe dankbaar hij God is voor het feit dat hij blind geworden is. Zoiets klinkt in eerste instantie totaal absurd. Totdat we ons realiseren dat hij (denk ik) zegt dat hij zich volledig overgeeft en toevertrouwt aan het leven zoals zich dat bij hem aandient. Want dat leven ligt uiteindelijk in Gods handen en dan is het goed. In geseculariseerde taal heet dit levenskunst.

 

In heel de Schrift klinkt de oproep om wat marginaal is in het céntrum te plaatsen. Om in ons leven meer en meer ruimte te maken voor die ene zuivere toon. En dit geeft een spanning die wij niet kunnen oplossen maar waar wij het in moeten uithouden. Dat doen we door ruimte te blijven zoeken voor ons verlangen naar die klare toon. Door bijvoorbeeld hier samen te komen om te luisteren naar het prachtige gregoriaans dat als geen andere muziek dat verlangen zowel uitdrukt als voedt. Want als de kerk iets moet doen is ervoor zorgen dat wij niet volledig samenvallen met de waan van de dag. Zij moet ons open houden en open maken voor het verlangen naar die klare toon. In woord, in gebaar, in muziek.

 

Marlies Roelofs

 
< Vorige   Volgende >
© 2010 Tso'ar - inspiratie en inzet
Ontwerp: Repro- van de Kamp