Advertisement
Gregoriaanse Schola - 28 september 2008

Gregoriaanse Schola – 28 september 2008

Marlies Roelofs

Lezing uit het boek Ezechiël: 18:1-4; 25-32

 Het woord van de Heer werd tot mij gericht: “Hoe komt u erbij in het land van Israël dit spreekwoord te gebruiken: “De vaders hebben onrijpe druiven gegeten en de tanden van de kinderen zijn er stroef van?”

Zowaar Ik leef – godsspraak van de Heer God - niemand in Israël zal dit spreekwoord nog ooit gebruiken. Alle mensenlevens zijn voor Mij gelijk; het leven van de ouder en het leven van het kind, beide zijn voor Mij evenveel waard; alleen degene die zondigt zal sterven.

Hier brengt u tegenin: “De weg van de Heer is niet recht!” Luister toch, volk van Israël: Zou mijn weg niet recht zijn? Zijn het niet eerder uw wegen die niet recht zijn? Als een rechtvaardige afwijkt van de weg van gerechtigheid en kwaad gaat doen, zal hij om die reden sterven; vanwege het kwaad dat hij gedaan heeft, zal hij sterven. En als de goddeloze zich bekeert van de zonden die hij gedaan heeft en naar recht en wet handelt, dan blijft hij in leven. Hij is tot beter inzicht gekomen en heeft gebroken met zijn wangedrag; hij zal in leven blijven en niet sterven. En dan zegt het volk van Israël: “De weg van de Heer is niet recht!” Zouden mijn wegen niet recht zijn? Zijn het niet eerder uw wegen die niet recht zijn? Daarom zal Ik ieder van u naar zijn daden beoordelen, volk van Israël - godsspraak van de Heer God. Bekeer u, wend u af van al uw wandaden; anders worden ze u noodlottig. Breek met al de wandaden die u bedreven hebt; vernieuw uw hart en uw geest, want waarom zou u sterven, volk van Israël. Ik schep geen behagen in de dood van de gestorvene – godsspraak van de Heer God. Bekeer u dus en blijf in leven!’

 
Overweging

“Bekeer u dus en blijf in leven.”
Voor wie enigszins vertrouwd is met de Bijbel, is dit een overbekende oproep. Maar weten we dan ook wat dit betekent? Hoe we dit zouden kunnen verstaan? Want in dit soort teksten schuilt een gevaar. En dat bestaat uit onze neiging een dergelijke oproep louter in moralistische zin te verstaan. De roep om bekering wordt dan begrepen als een oproep zich te houden aan regels en wetten. En dan zorgt God er wel voor dat je in leven blijft. En wanneer je dat níet doet, bestraft Hij je met de dood. Het interpreteren van Bijbelteksten in strikt moralistische zin is mede verantwoordelijk voor een beeld van God die enkel beloont of straft. Het effect dat een dergelijk godsbeeld op het leven van mensen kan hebben, wil ik illustreren aan de hand van een kort fragment uit een interview met de Vlaamse auteur Dimitri Verhulst. Verhulst was als kind zeer gelovig maar heeft toch op zeker moment het geloof van de ene op de andere dag afgezworen. Hij zegt hierover het volgende:

Het was weer eens zo’n dag. Mijn vader had, met zijn zatte kop, alles kapotgeslagen, de politie voerde hem in handboeien af, de hele straat stond te kijken: het is weer een zootje bij die Verhulsten. Zoveel miserie, dat kón toch niet? Ik dacht: ik gedraag me altijd volgens de regels, als iemand het verdient gelukkig te zijn, ben ik het wel. Als God een beetje beslissingsrecht heeft, dan zet hij mij op de eerste rij. Die avond bad ik niet. Ik herinner me de immense angst. Gods toorn zou mij treffen. Maar neen, er gebeurde niets. Sterker nog: mijn leven is er vanaf dat moment op vooruit gegaan.

Het is goed als mensen verlost worden van een dergelijk godsbeeld. Maar als ook wij allang niet meer in een dergelijke God geloven, dan nog blijft de vraag wat deze tekst dan wél zou kunnen betekenen.

Een tweede voorbeeld uit de tekst van Ezechiël: “De vaders hebben onrijpe druiven gegeten en de tanden van de kinderen zijn er stroef van. Zowaar Ik leef – Godsspraak van de Heer God – niemand in Israël zal dit spreekwoord nog ooit gebruiken.” Als we ook deze uitspraak  enkel in moralistische zin verstaan, dan betekent dit zoveel als een waarschuwing van de kant van God. Dat degene die dit spreekwoord tóch gebruikt het een en ander te wachten staat!! Aan de hand van deze twee voorbeelden wil ik duidelijk maken dat we onze traditie zwaar tekort doen door teksten alleen te lezen als een verhaal met een moraal.

Ezechiël legt weliswaar een klinkklaar verband tussen kwaad en sterven en tussen recht doen en leven. Maar nergens staat geschreven dat er een tussenkomst plaats vindt van God om dood en verderf te zaaien in het geval van een mens die kwaad doet. Er staat slechts: “vanwege het kwaad dat hij gedaan heeft, zal hij sterven”. Niet meer en niet minder. Maar hoe zit het dan met goed, kwaad en God?

De tekst van Ezechiël laat zien dat Israël ervan overtuigd is dat onrecht en kwaad chaos en dood in de wereld brengen. Dat dit verband tussen onrecht en kwaad enerzijds, en chaos en dood anderzijds, er daadwerkelijk ook is, is niet zo moeilijk te constateren als we naar onze wereld kijken. En in de Bijbelse tijd was dat niet veel beter. De Bijbel spreekt dan over het volk van Israël – lees: de mensheid – dat in de ban is van de Mammon of in de ban van Baäl. Baäl is de god van beter en meer, van hoger, sneller en groter. Een god die slachtoffers eist en maakt. We zien het aan een vorm van ongebreideld kapitalisme en hebzucht die (mede) de financiële markt in de V.S. in een crisis hebben gestort en paniek en angst zaait onder mensen. Hier heeft de geest van beter en meer mensen in de greep gekregen. Maar we zien het ook dichterbij huis. Zo werd onlangs op de televisie melding gemaakt van een dreigende catastrofe in Arnhem. Daar is een ontwerp gemaakt voor een nieuw station dat zo futuristisch is dat slechts één aannemer het aandurft om te bouwen. Ondertussen is de omgeving van het station sinds jaar en dag veranderd in een bouwput en rijzen de kosten de pan uit. We zien hier een provinciestad die aansluiting zoekt bij de wereld van alsmaar hoger en sneller. Het riep bij mij de associatie op van de kathedralenbouwers in de Middeleeuwen. Door de wedijver van steden onderling, werden kathedralen als maar hoger en hoger totdat ze tenslotte instortten, zoals gebeurde in de Franse stad Beauvais. Dit voorbeeld maakt duidelijk dat de geest van meer en hoger en beter en sneller niet iets typisch is van onze tijd: die was er vroeger, ook in de Bijbelse tijd, en die heerst ook vandaag. Dat wil overigens niet zeggen dat deze geest enkel kwaadaardig is. De dynamiek van beter, hoger, meer en sneller heeft ook veel goeds gebracht. Het gevaar is echter dat de menselijke maat vergeten wordt en het ons, soms letterlijk, boven het hoofd groeit.

Het kwaad en het onrecht hebben echter ook nog een andere kant. Ze vormen paradoxaal genoeg een voedingsbodem voor een visioen van een leefwijze die, in de Bijbelse betekenis van het woord, leven bréngt en leven schépt. Dan gaat het om een leven waarin compassie, barmhartigheid en vergevingsgezindheid rode draden vormen. Het is in dit verband interessant dat in álle religies compassie gezien wordt als dé weg ten leven.

Als voorbeeld denk ik dan aan de vader van een omgekomen militair in Afghanistan die in de plaats waar zijn zoon stierf een school aan het bouwen is. Of aan de moeder wier dochter in Colombia werd vermoord en die zich inspant om de leefomstandigheden van vrouwen die daar soortgelijk geweld hebben overleefd, te verbeteren. Het zijn voorbeelden van mensen die niet willen dat chaos en kwaad het laatste woord hebben. Die niet willen dat de dood van hun kinderen volstrekt zinloos is.

Kwaad en onrecht zullen waarschijnlijk altijd deel zijn van het menselijke bestaan. En tegelijkertijd vormen ze een voedingsbodem voor een visioen over het góede leven; een leven waarin we soms boven onszelf uitstijgen en dat door de profeten van Israël altijd in verband is gebracht met God.

Terug naar de twee eerder genoemde citaten uit de lezing van Ezechiël. “Bekeer u dus en blijf leven”. In die zin te verstaan dat leven vanuit de geest van compassie, barmhartigheid en vergevingsgezindheid leven bréngt en leven schépt. Het maakt leven in de Bijbelse betekenis van het woord – leven zoals God het wil- mogelijk.

En het tweede voorbeeld: zowaar Ik leef (zegt God) zal niemand het spreekwoord gebruiken over de vaders die onrijpe druiven hebben gegeten waardoor de tanden van de kinderen er stroef van zijn geworden. Ook dit is ten diepste een pleidooi voor een lévenbrengende en levenschéppend wijze van bestaan. Stigmatiseren in de zin van de ene generatie verantwoordelijk blijven zien voor het kwaad van hun ouders werkt verstikkend en blokkeert nieuwe, hoopvolle perspectieven.

Het verstaan van teksten in louter moralistische zin kan ons het zicht ontnemen op de diepere betekenislagen. Kan ons het zicht ontnemen op een God die, zoals Israël ons leert, een God is van leven. Een God die van ons vraagt Hem te eren en te dienen door léven voor alles en iedereen mogelijk te maken. In alle omstandigheden van het leven, goede zowel als slechte.

Marlies Roelofs

 

 

 

 

 

 
< Vorige   Volgende >
© 2010 Tso'ar - inspiratie en inzet
Ontwerp: Repro- van de Kamp