
| Pinksteren - 11 mei 2008 |
|
Pinksteren Tso’arviering – 11 mei 2008 Thérèse Beemster Deel I In de geloofstraditie van Israël bestaat dus het feest van de 50e dag: Pentecoste, Pinksterfeest, of bekend als Wekenfeest. Met het gegeven van de 50e dag als dé dag van dit feest, is op een heel bijzondere manier de door het volk Israël ervaren God in het geding. Zeven weken vóór het Wekenfeest, wordt het feest van bevrijding uit slavernij gevierd, het feest van de Uittocht, het Pesachfeest. Het verhaal over de Uittocht behoort tot één van de allerbelangrijkste geloofsgegevens van het Gods volk. Ooit heeft zich, op hun tocht naar vrijheid, een groots overstijgend gevoel van hen meester gemaakt. Deze ervaring is tot ons gekomen onder meer in een beeld van Vuur. ‘En God ging voor hen uit, overdag in een wolkkolom en ’s nachts in een vuurzuil, opdat zij dag en nacht voort konden trekken’, vertelt het verhaal. Een niet wijkende goede bron van kracht en energie is ooit ervaren al een aanvurende kracht, het goede land tegemoet. De kracht van deze God is gericht op land om te leven, op land om vrij te zijn, land met levensruimte. De God die is ervaren toont zich hierbij tochtgenoot. Deze God trekt met mensen mee, gaat met de mens op weg, maakt mensen sterk voor elkaar. Het volk moest zelf gaan, God nam het niet van ze over, hij bleek tochtgenoot. Maar de wijsheid van Israël blijft zich niet fixeren op deze ervaring alleen. Vanuit de visie op een God die tochtgenoot blijkt, is het in de wijsheid van Israël niet voldoende om verheugd te blijven over louter dit tochtgenootschap. Deze God blijkt meer, deze God is naast tochtgenoot ook bondgenoot. Het hoogtepunt van het bondgenoot zijn van God, vinden wij in het verhaal over de gave van de Tien Woorden. Er worden leefregels geformuleerd die gericht zijn op het vinden van land om vrij en gelukkig te kunnen zijn. Het zijn leefregels die God’s bondgenootschap aan het licht moeten brengen Op het Wekenfeest gaat het om deze leefregels en dit bondgenootschap. Op het Wekenfeest wordt in herinnering gebracht hoe Mozes op de berg Sinaï de Tien Woorden, de leefregels heeft ontvangen. De God van bevrijding kan pas echt God worden, wordt pas echt goed, als in mensenhanden en mensenharten, in de levenshouding van mensen, deze God aan het licht komt. Met andere woorden: Op het Wekenfeest, Pentecoste, op de 50e dag na Pesach, kan Pesach echt in vervulling gaan. Pesach is van belang, de ervaring van bevrijding en het op tocht gaan is een groots begin, maar de God van bevrijding komt pas in het volle licht in de levenshouding van mensen tot elkaar. Pesach en het Wekenfeest, zij zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het Wekenfeest breekt aan, de mens is aan zet opdat Pesach in vervulling kan gaan. De God van Israël en de mens, zij kunnen niet zonder elkaar. Pianomuziek Deel II Voor vele van ons hebben de Tien Woorden een nogal dwingend en onvrij karakter. De macht van God lijkt op het eerste gehoor een absoluut heersen. Hij klopt zich nogal op de borst met gezag. Maar wat voor gezag spreekt hier? Als wij naar de structuur van de Tien Woorden kijken dan kunnen we ontdekken dat de Tien Woorden als verbondstekst gebaseerd is op een bestaand verbondsverdrag, het z.g. vazallenverdrag bekend uit de periode 2000-600 vóór Christus. Een vazallenverdrag was een politieke overeenkomst tussen een grootvorst en zijn vazal. De grootvorst had grote daden verricht aan de vazal. Deze vazal zou voortaan zijn hele leven profijt hebben van deze daden. Absolute gehoorzaamheid van de vazal aan de grootvorst was daarom vereist. Een vazallenverdrag begint standaard met een stevige opsomming van de grote daden van de grootvorst. Aan deze daden ontleent de grootvorst zijn identiteit. En wat lezen we in de Tien Woorden als grote daad van de grootvorst God: ‘Ik ben de Heer uw God die u uit Egypte heeft geleid’. Dit is de grote daad die deze ‘grootvorst’ aan vazal Israël gedaan heeft. Het hele verdrag, de Tien Woorden, is gebaseerd op deze daad! ‘Ik ben de Heer uw God die u uit Egypte heeft geleid’! Van de Tien Woorden is dit de allereerste. Deze God blijkt tochtgenoot. De identiteit van het tochtgenoot zijn van deze bijzondere ‘grootvorst’, wordt nader omschreven in de twee volgende woorden: gij zult geen beelden van mij maken. Vertrouwd als de mensen waren met afgodenbeelden waaraan men zich ondergeschikt maakte, vertelt het tweede woord van de tien, dat de God die nu ervaren is, kracht en goede energie betekent om op tocht te gaan. In een beeld van vuur verschijnt deze God. Vuur niet als een afgodsbeeld, maar Vuur dat mensen in beweging zet! Vervolgens lezen we in het derde Woord verder, hoe het bijzonder tochtgenoot zijn van God nader wordt ingekleurd: deze God kan je niet bij name noemen. Deze God kan je geen etiket opplakken of aanwijzen. Deze God komt aan het licht waar mensen, al gaande begeestert, land ontdekken, levensruimte realiseren. Deze grootvorst God is ervaren als een dynamisch, bemoedigend en lichtend Vuur. Met het opbouwen van de Tien Woorden als een vazallenverdrag is het oude Israël geworden tot vazal van de grootvorst God. Het oude Israël als vazal van deze grootvorst, maakt zich gehoorzaam aan een dynamische, positief begeesterende kracht. Het Gods volk in het beeld van vazal geeft in haar levenshouding gehoor aan de eerste drie woorden van het bijzondere vazallenverdrag tussen God en mens. Uit deze vorm van gehoorzaamheid ontwikkelt levensruimte, komt ‘goed land’ in zicht. De zeven andere woorden staan er borg voor, zij vloeien voort uit het gehoor geven aan het gezag van begeesterende kracht. Tien Woorden, zij zijn een gegeven om de God van Israël als tocht- maar ook als bondgenoot onder mensen te waarborgen. Deze Woorden ze zijn niet te hoog en niet te zwaar. De mens kan ze volbrengen! Deel III Het Wekenfeest breekt aan in Handelingen 2. Pentecoste, het Pinksterfeest wordt vervuld, vertaalt Oussoren. Bij het Wekenfeest wordt in herinnering gebracht hoe God als een blijvend vuur mensen begeestert om de Tien Woorden te spreken, of met andere woorden: in daden om te zetten. Een mooie eigenschap van het Wekenfeest is, dat er een nachtelijke studie van de Tien Woorden aan vooraf gaat. Vooraf gaat is het verkeerde woord. De joodse feesten beginnen namelijk ’s avonds om zeven uur. Het wekenfeest vangt aan met studeren en leren. Een eigenschap die aangeeft dat het bestuderen van de Tien Woorden een blijvende activiteit betekent om telkens weer te kunnen ontdekken hoe deze Woorden tot een bepaalde levenshouding in het leven kunnen leiden. Evangelist Lucas vertelt in Handelingen 2 over de 50e dag, over het Wekenfeest. De leerlingen van Jezus zijn bijeen op de avond van het Wekenfeest. Van oudsher dus het tijdstip van leren en studeren. Even voor hoofdstuk 2 citeert Lucas Jezus: ‘blijf wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord in vervulling zal gaan. Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met heilige Geest’. En zie daar. De leerlingen zitten bijeen, en verwachten de vervulling van de belofte. Lucas plaatst dit wachten precies op het tijdstip van het bestuderen van de Tien Woorden op het Wekenfeest. Bij leren en studeren hoort inzicht vergaren. En welk inzicht ontstaat er? Wat gebeurt er? Er verschijnt vuur! Wederom is er vuur net zoals in de oude verhalen God in vuur verschijnt. Er is sprake van Vuur bij de Uittocht, er is sprake van Vuur bij de gave van de Tien Woorden. Op deze leeravond van het Wekenfeest ontstaat het inzicht dat dit vuur ook in het levensverhaal van Jezus van Nazareth heeft gebrand! In Jezus van Nazareth is Pesach in vervulling gegaan. Jezus is de vazal van de grootvorst God geworden. En weer is er Vuur. Het is bovendien Vuur dat zich verspreid als tongen. Tongen die zich op ieder van hen neerzetten. Vurige tongen zijn het. Zonder tong kan men niet spreken. Maar tongen die vanuit goddelijk vuur spreken, zijn tongen die de Tien Woorden kunnen verwoorden, die de Tien Woorden kunnen doen. Met het neerdalen van de vurige tongen wordt verteld over Gods niet wijkend vuur, geestkracht voor mensen! ‘Blijf wachten’ citeert Lucas Jezus. Het ‘blijf wachten’ is geworden tot een in vertrouwen kunnen verwachten dat begeesterend vuur ook jouw deel zal zijn. Lucas verbindt met zijn wijze van tekstcompositie in Handelingen 2 de betekenis van de Tien Woorden met Jezus van Nazareth. In Jezus van Nazareth is het Woord vlees geworden. In Hem is het Wekenfeest geworden wat het moet zijn: de 50e dag! In het nachtelijk leren van het Wekenfeest ontstaat het inzicht dat Jezus de Tien Woorden zelf is geworden. En Lucas maakt het ons gemakkelijk. Hij trekt met zijn verhaal een lijn door waarop de leerlingen en ook wij als leerling kunnen staan. Het is de lijn van de traditie waarop Jezus van Nazareth staat. Het is de lijn van de traditie die vertelt dat de God van Mozes en zijn volk en de God van Jezus van Nazareth, een God wil zijn als tochtgenoot en bondgenoot. Een God die pas aan het licht kan komen waar de Tien Woorden ‘gesproken’ worden. Geestkracht is iedereen gegeven om deze Tien Woorden eigen te maken. In deze geest zou ik willen afsluiten met de poëzie van Ida Gerhardt die ook op de voorzijde van de kaft staat gedrukt: ‘Gezegend wie, als hij de taal aanslaat, Zijn hart voelt hameren en in vrezen staat - één witte toon in de volstrekts stilte één vogel die het rif verlaat.’ Thérèse Beemster |
| < Vorige | Volgende > |
|---|