|
Tso’arviering – 1 juni 2008
Marlies Roelofs
De bruiloftsgasten
Lezing: Matteüs 22: 1-14
In die tijd nam Jezus het woord en sprak opnieuw in gelijkenissen tot de hogepriesters en de oudsten van het volk. Hij zei: “Het rijk der hemelen gelijkt op een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaars uit om allen te roepen die hij tot de bruiloft had uitgenodigd, maar zij wilden niet komen. Daarop zond hij andere dienaars met de opdracht: “Zegt aan de genodigden: Zie ik heb mijn maaltijd klaar, mijn ossen en het gemeste vee zijn geslacht; alles staat gereed. Komt dus naar de bruiloft.’
Maar zonder er zich om te bekommeren gingen zij weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken. De overigen grepen zijn dienaars vast, mishandelden en doodden hen.
Nu ontstak de koning in toorn, stuurde zijn troepen en liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. Toen sprak hij tot zijn dienaars: “Het bruiloftsmaal staat klaar, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat dus naar de kruispunten der wegen en nodigt wie ge er maar vindt, tot de bruiloft”.
De dienaars gingen naar de wegen en brachten allen mee die zij er aantroffen, slechten zowel als goeden, en de bruiloftszaal liep vol met gasten.
Toen nu de koning binnenkwam om de aanliggenden te bezoeken, merkte hij daar iemand op die niet voor de bruiloft gekleed was. En hij sprak tot hem: “Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed?”Maar de man zweeg en bleef het antwoord schuldig.
Toen sprak de koning tot de bedienden: “Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem buiten in de duisternis. Daar zal geween zijn en tandengeknars. Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren.”
Wanneer Jezus spreekt over het rijk der hemelen, spreekt hij enkel in beelden. Wat het koninkrijk van God is, kunnen we niet uitdrukken in een definitie of een formule. Het rijk van God is een droom, een visioen. Aan de hand van beelden tilt Jezus een tipje van de sluier op om ons een kijkje te geven in dat rijk. Deze beelden zijn meestal ontleend aan het dagelijkse leven. Dan zegt hij dat het koninkrijk der hemelen gelijk is aan een mosterdzaadje of aan zuurdesem. In het evangelie van vandaag spreekt hij over het rijk Gods in termen van een bruiloftsmaal. Dát beeld moet zicht geven op waar het in het rijk Gods om gaat. Maar dan moeten we beginnen met te constateren dat de eenvoud van zulke beelden bedrieglijk is. Want als we het evangelie nauwkeurig lezen, dan gaat het er op deze bruiloft heel anders aan toe dan bij onze bruiloften. Want de gasten die uitgenodigd waren, kwamen niet; de gasten die uiteindelijk wel kwamen, waren geen van allen uitgenodigd en tenslotte werd een van hen buitengezet. Wat is er eigenlijk gaande op deze bruiloft?
Om daar zicht op te krijgen moeten we ons concentreren op de hoofdpersonen in deze gelijkenis en dat zijn de gasten. Ook dat wijkt af van onze bruiloften waar niet de gasten maar bruid en bruidegom de hoofdpersonen zijn. Op deze bruiloft draait echter alles om de gasten: de van tevoren genodigden, de niet van tevoren genodigden, de buiten geworpen gast. Wie zijn zij? Wat kunnen ze ons zeggen over het koninkrijk van God?
Het komen van het koninkrijk van God staat in het spanningsveld van…. het is er nog niet…..en…. het is midden onder u…. . Het komen van het koninkrijk van God speelt zich af in het verborgene, aan de rand, in de marge, tussen de regels. De tekenen van het rijk staan hooguit geschreven tussen de regels van het grote wereldgebeuren, worden hooguit bewaard in de voetnoten. De Bijbel is een boek van verhalen en gebeurtenissen die gezien worden als vingerwijzingen van een andere toekomst en die zich afspeelden in de marge van de grote wereldgeschiedenis.
Zo kende Israël ongeveer duizend jaar voor de geboorte van Jezus een strijd over de vraag of zij, net als de buurlanden, ook het koningschap zouden invoeren. Dit ontlokte een fel protest van de kant van de profeten, met name van de profeet Samuel. Hij waarschuwt voor de machtsstrijd en de oorlogen die het koningschap met zich meebrengt en voor de onderdrukking en uitbuiting die het volk zal moeten doorstaan.
Samuel zegt dan tot Israël: God is jullie koning, zíjn koninkrijk moet onder ons komen. En als God onze koning is dan zijn wij elkaar gegeven als broeders en zusters. De profeet Samuel heeft zijn uiterste best gedaan om zijn volk voor dit perspectief open te houden. Maar zoals we weten heeft hij deze strijd verloren want Israël kreeg zijn koningen: koningen in alle soorten en maten die de hoofdpersonen werden in de geschiedenis van Israël. Maar deze visie van Samuel is ons overgeleverd via de Bijbel als een belofte, als een mogelijkheid, als een uitnodiging om een ander perspectief te zien.
Die belofte, die uitnodiging een ánder perspectief te zien, is een rode draad in de Bijbel. Dan lees je bv. namen van grote mannen: Augustus, Quirinius en dan zwenkt plotseling de camera naar iets wat in de marge van die grote geschiedenis óók geschiedt. Dan hoor je van de echte koning die onverwacht en van alzo hoge uit het niets komt aangezet. Een koning die niet komt om te vechten of te onderdrukken maar een koning met handen vol brood en wijn.
Dit vraagt van ons het vermogen om verder te kunnen zien, voorbij het alledaagse. Deze houding in het leven wordt prachtig uitgedrukt in het Bijbelse beeld van de wachter. De wachter die vanuit zijn toren verder kan zien en speurt of er aan de grens nog een andere beweging gaande is. Tot deze houding zijn wij allen uitgenodigd.
En als de koning uit het evangelie van vandaag zijn gasten uitnodigt voor het bruiloftsmaal om al die tekenen van een naderende nieuwe toekomst te vieren komen, zijn gasten niet opdagen. De een gaat naar zijn akker, de ander naar zijn zaken. De genodigde gasten worden zo in beslag genomen door het alledaagse leven, door de waan van de dag, dat zij allang vergeten zijn te speuren of er tussen de regels van het alledaagse en het gewone iets gaande is dat wijst op die andere toekomst. Maar de koning geeft het niet op. Hij zegt tot zijn dienaars: “Ga naar de kruispunten der wegen en nodig uit wie je maar vindt tot die bruiloft.” De dienaars brachten allen mee die zij er aantroffen, slechten zowel als goeden. En de bruiloftszaal liep vol.
Wie zijn deze gasten? Mensen die stonden op kruispunten. Waar wegen zich kruisen word je gedwongen opnieuw richting te bepalen. Welke weg sla ik in…..welk vergezicht, welk perspectief wil ik voor ogen houden? De gasten zijn mensen, slechten zowel als goeden, voor wie een andere toekomst open ligt. Zij staan op een kruispunt en zijn juist daarom dragers van belofte.
Wanneer Matteüs zijn tekst hier beëindigd had, was het een mooi symmetrisch geheel geweest. Enerzijds de genodigde gasten die echter volledig opgaan in het alledaagse bestaan zonder oog voor een andere mogelijkheid. Anderzijds de mensen die, omdat zij zich op een kruispunt bevinden, daar wel oog voor hebben. Eind goed, al goed: de feestzaal van de koning stroomt alsnog vol. Maar er is er een die buiten geworpen wordt. Het verhaal is dus niet af. De traditie heeft van hem een zondaar gemaakt: daarom zou hij zijn buiten geworpen. Maar dat klopt niet met de tekst: er staat uitdrukkelijk dat de bruiloftszaal vol liep met gasten, slechten zowel als goeden. En als de zaal vol zit met ook zondaars, is het niet consequent om alleen de buiten geworpene tot zondaar te bestempelen.
De koning zei tot hem: “Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed?” Hier lijkt de tekst te ontsporen. En waarom dan? Omdat niemand van de gasten feestkleding draagt want zij zijn allen opgepikt van de straat. Dan blijft als enige echte vraag over: waarom wordt juist die ene eruit gehaald om buiten geworpen te worden? Wie is hij?
De koning spreekt hem aan met ‘vriend’. Op de vraag hoe hij zonder bruiloftskleed is binnengekomen, zwijgt hij. Hij blijft stom. Doet dit niet denken aan de lijdende dienstknecht van de Heer waarover Jesaja spreekt. Aan het lam dat stom voor zijn scheerders stond en uit wiens mond geen onvertogen woord is gehoord? Is het mogelijk dat Matteüs hier de buiten geworpen gast plaatst in een Messiaans perspectief? Eigen aan een Messiaanse gestalte is dat die zich, in de woorden van het evangelie van vandaag, met handen en voeten laat binden aan deze wereld. Om daar, temidden van geween en tandengeknars, door zijn woord en aanraking, die andere mogelijkheid, dat andere perspectief, die gedroomde toekomst nabij te brengen. Velen wisten zich door deze Messiaanse gedachte aangesproken, voelden zich geroepen deze gedachte gestalte te geven. Slechts weinigen hebben het aangedurfd de hele weg te gaan. Een van hen was Jezus van Nazareth. (Velen zijn geroepen zegt het evangelie maar weinigen zijn uitverkoren).
Het rijk der hemelen is een gedroomde toekomst. In dit verhaal wordt het uitgebeeld als een koninklijke bruiloft waar iedereen welkom is. Maar uiteindelijk gaven slechts diegenen gehoor die zich op de kruispunten der wegen bevonden: mensen die keuzes moesten maken, een keuze voor een perspectief dat er écht toe doet. En dan laat een van hen zich zonder enig verzet buiten gooien. Hij gaat terug en laat zich met handen en voeten binden aan deze wereld in een niet aflatende poging mensen de ogen te openen voor Gods toekomst.
Ook wij worden straks buitengezet. Deze ruimte gaat weer dicht, of we willen of niet. Dat is ook goed. Want we komen hier om gevoed te worden. Om, eenmaal buiten, er iets toe te doen.
Marlies Roelofs
|