|
Tso'arviering - 2 maart 2008 |
|
Tso’arviering
– 2 maart 2008
Thérèse Beemster
Ezechiël
= God is mijn sterkte
De wijsheid en de taal van Israël ontstaan daar waar men
wordt geconfronteerd met de grenzen van het leven. Het is wijsheid en taal die
een antwoord proberen te geven op gebeurtenissen in het menselijk bestaan
waardoor evenwicht, inzicht en zelfvertrouwen niet vanzelfsprekend aanwezig
zijn.
Maar
voordat we met zijn woorden verder gaan keren wij in onszelf en zeggen:
‘Sla je
ogen op’, roept Gij‘, zie het licht dat van verre komt, dat als regen valt.’
Een van de donkerste tijden voor Israël is aangebroken, de
Babylonische ballingschap. Een groot deel van het volk is verdreven van huis en
haard. Ezechiël ziet in zijn ballingschap om zich heen en wordt geconfronteerd
met doffe ellende. Hij heeft enige tijd nodig om de ellende tot zich door te
laten dringen. Maar dan, na een periode van ongeveer vijf jaar spreekt hij. In
prachtige metaforen van dorre beenderen in een diep dal verspreidt, duidt hij
de uitzichtloze situatie waarin hij en zijn volk terecht zijn gekomen. Dieper
dan diep kan het niet meer gaan. Er is in de verste verte geen plek te zien
waar geen dorheid en dood heerst. Chaos en leegte klinken. Maar de Heer
spreekt: ‘Zie ik breng Geest in u en gij zult herleven.’
Misschien hoort u in deze tekst ook een beetje het scheppingsverhaal? Herinneren we ons van het scheppingsverhaal niet de beelden
van chaos waarin ordening en leven kwam door de Geest van God? ‘De aarde nu was
woest en leeg, duisternis lag over de diepte, en de geest van God zweefde over
de wateren’, zo staat er in Genesis.
Niet voor
niets klinken in het verhaal van Ezechiël en in het scheppingsverhaal
parallellen. Zij zijn namelijk ontstaan in dezelfde bizarre periode van de
Babylonische ballingschap. Profeten als Ezechiël en de vertellers van het
scheppingsverhaal onderkennen deze situatie van leed en leegte, van een
uitzichtloos bestaan. Als rasvertellers proberen zij hoog te houden dat het
niet zal aflopen met de mens in nood. Bemoedigers van de beste soort zijn het!
Met hartstocht en geestdrift blijven zij vertellen dat Hij die eens ervaren is
als kracht en energie om opnieuw te beginnen, die eens zijn volk door een zee
en woestijn liet trekken, die niet van hun zijde week, die zal ook nú zijn volk
niet in de steek zal laten. De Geest van God zal niet wijken van hen die in een
dal van leegte en dorheid verkeren.
Dit
ene weten wij;
En
aan dit ene houden wij ons vast
In
de duistere uren:
Er is
een woord dat eeuwig- lijk zal duren
En
wie het verstaat, die is niet meer alleen.
|