Advertisement
Tso'arviering - 2 november 2008

Tso’arviering – 2 november 2008

Thérèse Beemster

Inleiding 'Stappen die je achterlaat'

Van oudsher is er in de katholieke traditie op 2 november aandacht voor de overledenen. Allerzielen. Een gedenken met aandacht voor wat geweest is, maar meer en meer in het bijzonder aandacht voor wat is gebleven of nagelaten in het hier en nu. Dit in tegenstelling tot het gedenken van de doden in een relatief recent verleden, waarbij níet het hier en nu op Allerzielen centraal stond, maar het hierna.

Ik weet niet of u de traditie kent van portsunkelen? Wij in West Friesland portsunkelden vroeger op 2 november: als jong kind gingen wij op 2 november ’s morgens vroeg vóór schooltijd nuchter naar de kerk. We gingen het meest achterin zitten, zo dicht mogelijk bij de uitgang. We baden zo snel als we konden zes Onze Vaders en zes Weesgegroeten en renden op een zo voor kinderen ‘meest rustige’ manier de draaideur door, de kerk uit en meteen terug naar binnen. We begonnen weer snel opnieuw met zes Onze vaders en zes Weesgegroeten. Hoe meer keer wij in en uit de kerk gingen des te meer zielen hadden wij uit het vagevuur gered……! Het was voor ons kinderen een soort sponsor bidden voor de doden. Voordeel met kinderen van nu die een sponsorloop willen doen, zij moeten langs de deuren voor sponsoren. Wij niet, wij hadden God zelf als de grote sponsor!

Jaren later, op vakantie in Assisi, heb ik pas begrepen waar het begrip portsunkelen vandaan kwam. Porziuncola is het vroeg middeleeuwse kerkje van St. Franciscus dat -in oude glorie gerestaureerd- is geplaatst in de grote Basiliek van Santa Maria del Angeli, beneden in Assisi. Porziuncola is het kerkje waarvan verteld wordt dat St. Franciscus er in gestorven is maar ook dat hij er in zijn leven een verschijning kreeg van Maria en een hele engelenschaar. Maria vroeg daar aan Franciscus wat hij wenste voor het zielenheil van de mensen? Het antwoord van Franciscus luidde dat hij absolute zielenheil voor iedereen wenste. Hij wenste- in huidige termen gesproken- een generaal pardon voor iedereen die berouw had getoond en spijt had van zijn zonden.

Nu blijkt dat in de basiliek van Santa Maria del Angeli de afstand vanaf het kleine Porziuncola kerkje naar de uitgang, zes onze vaders en zes weesgegroeten kan duren. Over het sponsorbidden dat wij als kind deden heb ik daar niets kunnen vernemen, maar de afstand van het kerkje naar de uitgang van de Basiliek bleek dus wel iets met onze kinderlijke aflatenbusiness te maken te hebben. Wij baden voor de overledenen en hun zielenheil. Gelukkig dat onder invloed van de tijd, van theologische en exegetische inzichten de aandacht op Allerzielen steeds meer verlegd kan worden van het hierna naar het hier nu.

‘Stappen die je achterlaat’ is het Tso’arthema van dit najaar. Vandaag in het verhaal over de profeet Elia is er sprake van heel bijzondere stappen, stappen die ook voor ons van betekenis kunnen zijn. Maar voor we over de profeet Elia horen keren we ons in stilte tot de intentie van dit samenkomen.

Reflecties Hemelvaart van Elia

Reflectie I

De tijd dat Bijbelse profeten van zich laten horen is de meest cruciale waardoor de traditie van het jodendom, en later christendom zich heeft kunnen manifesteren. De feitelijke situatie kunnen we historisch plaatsen tussen de 8e en de 6e eeuw vóór Chr. Het is de tijd van machtige overheersing en de grote ballingschap. Er bestaat dan nog niet zoiets als een bundel van geloofsverhalen, er is nog geen feitelijk uittochtverhaal, nog geen scheppingsverhaal, er zijn nog geen Abrahamverhalen. Er gonst en beweegt iets in de richting van het besef dat er iets is, het besef dat er een God is die genoemd kan worden ‘Ik zal er zijn’. Links en rechts beginnen mondjesmaat verhalen te ontstaan over hoe je dit ‘Ik zal er zijn’ kan leren verstaan.

Profeten concentreren zich op dit besef in een situatie van dreigende overheersing en ballingschap. Waar profeten opstaan en spreken wordt perspectief gebracht om te kunnen leven. Profeten zijn ras optimisten. Profeten spreken tegen alle doemdenken in. Profeten spreken op de eerste plaats als bemoedigers. En dat is altijd prettig. Het is altijd goed voor een mens om anderen tegen het lijf te lopen die de moed er in houden in benarde situaties.

Maar profeten doen meer dan alleen maar louter optimistisch zijn. Er wordt wel degelijk tussen de regels door een richting aangegeven voor hun optimisme. Een bijzondere richting, een richting die vandaag prachtig in beeld wordt gebracht met de tocht die Elia en Elisa samen afleggen. Zij lopen namelijk van Gilgal, via Betel en Jericho naar de Jordaan. Zij lopen tegen een bepaalde richting in, een richting die bij de verteller van dit verhaal al een beetje bekend is. De verteller heeft al een beetje gehoord van een verhaal over ene Jozua, die op een gegeven moment op weg naar beloofd land, met zijn mensen vóór de rivier de Jordaan staat. De woestijntocht met Mozes ligt achter hen, Mozes is gestorven. Jozua en zijn mensen staan klaar om over te steken. Nu gaat het voor hen beginnen. En hoog boven zich uit torsen zij een Ark. Een ark waarin woorden van vertrouwen worden meegedragen. Woorden van vertrouwen op geestkracht en op ‘Ik zal er zijn’. Het zijn woorden als schatten in een schatkist. En met deze schatten durven zij de oversteek te maken. De schatten geestkracht en het ‘Ik zal er zijn’ staan voor Jozua en zijn mensen borg voor toekomst hebben en goed leven. Deze schatten koesteren zij, houden zij zelfs letterlijk hoog!

Voor Elia is in het verhaal van vandaag het uur van hemelvaart aangebroken. De verteller van dit verhaal over Elia en Elisa, vindt het belangrijk dat de beide mannen op dat moment terugkeren naar de plek waar het Jozuaverhaal begint. Het is de plek van het begin van een weg waarop geestkracht en vertrouwen in ‘ik zal er zijn’ van zoveel betekenis worden. De verteller plaatst het leven van Elia in de lijn van het Jozuavertrouwen. Het hoe van ‘Ik zal er zijn’, moet aan het licht komen.

Op deze manier van vertellen staat Elia in de beginnende traditie van een levenshouding van geestkracht en vertrouwen op ‘Ik zal er zijn’. En op zijn beurt wordt deze levenshouding nu voor Elisa van betekenis. En dat het om deze levenshouding gaat hebben we gehoord: we horen Elisa tot drie keer toe tegen Elia zeggen, ‘maar ik verlaat u niet’. Een levenshouding van ‘Ik zal er zijn’ is bij Elisa aanwezig. Hij laat Elia niet in de steek! ‘Ik verlaat u niet’, ‘Ik zal er zijn’, zegt hij tegen Elia, wat er ook gebeurt. Hij doet het! Hij is er. Dit in tegenstelling tot de andere profeten die de situatie wel erkennen en benoemen, maar op afstand blijven, niets doen. Zij missen nog zicht op die geestkracht die tot het uitspreken van ‘Ik zal er zijn‘ dwingt. Elisa gaat er voor. In het ‘Ik zal er zijn’ van Elisa komt de God van Jozua, de God van Elia, de God van Elisa aan het licht. Toekomst en perspectief wordt op de eerste plaats gevonden in mensen die durven zeggen: ‘Ik zal er zijn’.

Muziek

Reflectie II

Elia en Elisa hebben een eerste betekenis gekregen in het samen optrekken terug naar de Jordaan. Maar er blijkt meer. Er is ook sprake van een mantel. Kleren maken de man, is het gezegde. Wat wij dragen vertelt iets over ons. Ook  kleding van Bijbelse personages vertellen ons iets over de dragers. Ook bij Elia vertelt zijn mantel een verhaal over wie hij is. Eenmaal aangekomen bij de Jordaan slaat Elia met zijn mantel op het water. Het water splitst zich. De mantel krijgt de betekenis van geestkracht, de geestkracht die Mozes en zijn mensen ten deel viel toen de zee zich splitste, die Jozua en zijn mensen ten deel viel toen de Jordaan voor hen doorwaadbaar werd. Die geestkracht nu wordt in dit stukje tekst verbeeld in de mantel van Elia. Met geestkracht is Elia bekleed. Het is geestkracht die is als een mantel om hem heen geslagen. De verteller onthult met de mantel de ware identiteit van Elia. Zijn kleding vertelt ons: hij is vol van geestkracht, geestkracht waardoor geen zee te hoog zal gaan.

Op de beginplaats van het Jozuaverhaal nu aangekomen mag Elisa van Elia een wens doen. Hij wil graag twee maal zoveel geestkracht hebben als Elia. Lijkt het nu dat Elisa lijdt aan een minderwaardigheidscomplex? Wil hij zoiets zeggen als:’voor al datgene wat jij allemaal hebt kunnen doen, moet ik wel een beetje meer energie hebben om je ook maar enigszins te kunnen evenaren’? Nee, gelukkig niet. We moeten de betekenis op en ander vlak zoeken.

In de tijd van het ontstaan van de Bijbelverhalen bestaat er een bepaald erfrecht. Een erfrecht dat zegt dat de oudste zoon van een familie een dubbel deel van de erfenis moet erven. Dit was het eerstgeboorterecht. De eerstgeborene was immers de eindverantwoordelijke geworden als stamhouder en opvolger. Zo ging dat in die tijd. De eerstgeborene was een belangrijke drager van het erfgoed! Elisa kan met zijn wens van een dubbel deel  eerstgeborene genoemd worden. Eerstgeborene als beeld van hoeder en beheerder van het erfgoed, in dit verhaal het erfgoed geestkracht.

En wat horen we? In het antwoord van Elia schuilt het geheim. Als je mij ziet dan….. als je mij ziet….. niet in de zin van goed blijven kijken want het kan zomaar voorbij zijn zonder iets te hebben gezien. Maar een zien in de zin van inzien, van inzicht krijgen.

Met een giga mythologisch beeld van wind, vuur, van paarden en ruiters verdwijnt Elia. En vervolgens valt er de grote doodse stilte. Leegte en eenzaamheid zijn Elisa’s deel. Hij heeft verdriet, hij rouwt om wat niet meer is. Hij scheurt zijn kleren, een teken van rouw in de Bijbelse tijd. Maar wat vindt hij op dat moment? Hij ziet de mantel! Hij raapt hem op. Hij pakt op wat is gebleven. In de prachtige metafoor van het oppakken van een mantel, vertrouwt hij en behoudt hij wat het meest belangrijke is wat in het leven van Elia aan het licht is gekomen: Geestkracht. Ook hij weet zich met blijvende geestkracht bekleed. Ook hij slaat met de mantel op het water.

Muziek

Reflectie III

Bij het oprapen van de mantel klinkt voor Elisa niet de vraag waar Elia is gebleven. Deze vraag blijkt voor Elisa niet belangrijk. Hij schijnt niet nieuwsgierig te zijn naar de verblijfplaats van Elia. Voor de andere aanwezige profeten is dit wel belangrijk, maar voor Elisa niet. In zijn antwoord op de vraag van de andere profeten om hem te mogen zoeken, zegt Elisa: ‘doe dat niet!’ Ga niet op zoek naar Elia.

Maar na lang aandringen geeft Elisa toch toestemming. Ze komen echter onverrichter zaken terug. Voor Elisa is een heel andere vraag belangrijk: ‘Waar is de God van Elia?’ roept Elisa. Niet om deze God ter verantwoording te roepen voor wat er is gebeurd. De uitroep ‘Waar is de God van Elia?’ moet klinken als de intentie tot zoeken. De God van Elia is er niet vanzelfsprekend, deze moet gezocht. En waar kan men hem vinden? De God van Elia is daar waar mensen voor elkaar zeggen: ‘ik zal er zijn’. De God van Elia is daar waar mensen er voor elkaar zijn, in welke omstandigheid ook! Deze levenshouding heeft Elisa getoond, hij bleef Elia trouw!

En nu neemt Elisa bovendien de mantel op van Elia. Hij heeft inzicht gekregen. Hij vertrouwt op altijd aanwezige geestkracht waardoor ook hij kan blijven zeggen: ‘Ik zal er zijn’, wat er ook gebeurt. Twee maal zoveel aan geestkracht dan Elia wenste hij te ontvangen. Niet als een hebberd maar als beeld om eerstgeborene genoemd te kunnen worden.

‘Waar is de God van Elia?‘ roept Elisa. Elisa krijgt zicht, krijgt inzicht. Bij het zien van het geweldig beeld van vuur, van paarden, van strijdwagens en ruiterij komt Elisa tot het inzicht dat de enige ‘bewapening’ die een mens heeft in de strijd om te kunnen leven, geestkracht is. ‘Vader’, roept hij. En het is niet belangrijk wie hier de Vader is. Bij het roepen van Vader weet hij zich erfgenaam, weet hij zich hoeder van het bijzonder erfgoed, weet hij zich eerstgeborene. Elisa hult zich met de mantel waarmee Elia bekleed was. Op deze wijze stapt hij in de voetsporen van Elia en wordt hij hoeder van het blijvende erfgoed, geestkracht. Geestkracht die nodig is om ‘ik zal er zijn’ te kunnen blijven volhouden.

Met dit prachtige verhaal over Elia en Elisa vertelt de verteller hoe de mens toekomst kan houden: blijf niet staren op wat geweest is, onderneem geen zoektocht naar het verblijf van de doden, roep geen God ter verantwoording voor de dingen die gebeuren. Ook aan ons klinkt vandaag de vraag hoe wij als eerstgeborenen kunnen zijn en de mantel van Elisa willen omslaan, om in het hier en nu te kunnen blijven zeggen ‘ik zal er zijn’! Wat er ook gebeurt!

Ubi caritas et amor, deus ibi est: waar vriendschap is en liefde daar is God.

Thérèse Beemster

 

 

 

 

 

 

 

 
< Vorige   Volgende >
© 2010 Tso'ar - inspiratie en inzet
Ontwerp: Repro- van de Kamp