Advertisement
Tso'arviering - 6 april 2008

Tso’arviering – 6 april 2008

Thérèse Beemster

Ongelovige Tomas

Reflecties, afgewisseld met muziek van Satie

Het gezegde van ‘Eerst zien en dan geloven’, is misschien voor meerdere onder ons wel eens een aantrekkelijke gedachte om te kunnen gebruiken ten aanzien van geloven. ‘Eerst kunnen zien en dan kunnen geloven’, heerlijk lijkt dat, want geloven op zich voelt toch soms als een sprong in het diepe, want wat geloof je nu eigenlijk? Wat valt er te geloven?

Op het eerste gezicht lijkt in het Tomas verhaal voor geloven bewíjs geleverd te worden: Jezus is aanwezig, hij leeft. Maar wat voor bewijs over leven kan dit zijn? Wie leeft er, wie komt tot leven, wat leeft er?

Meerdere keren horen we in de verhalen over Jezus dat hij ná zijn dood verschijnt en aanwezig is. We hebben dit van oudsher leren verstaan als: Jezus is opgestaan, hij leeft. Er is een leven na de dood. In verschijningsverhalen komt hij even terug om dat te bevestigen. In het geval van Tomas bovendien nog eens, door het tonen van de verse verwondingen van de kruisiging. Maar als we doorlezen tot aan het eind van de tekst van vandaag, blijkt dat dit fysiek verschijnen toch niet het belangrijkste blijkt om te kunnen geloven. Want zo laat Johannes Jezus zeggen: ‘Gelukkig zijn zij die het niet zien en toch geloven’.

Omdat het verhaal zo helder en bekend is, lezen we gemakkelijk over details heen. Details die een beroep doen op onze verbeelding. Maar schriftverhalen verstaan als verbeelding van geloven, vraagt een omslag in luisteren.

We zullen een paar details, een paar beelden uit het verhaal van Tomas lichten, zodat we ons kunnen verwonderen over de actualiteit van de tekst. De voorbereidingsgroep heeft deze actualiteit verwoord met de thematiek van de viering zoals op de kaft gedrukt staat:  ‘Ongelovige Tomas?, met een vraagteken. En wij dan?, met een vraagteken. ‘Van horen zeggen! Met een uitroepteken.

Muziek Satie

Wij hebben het verhaal over Tomas in twee stukken geknipt. Het eerste deel zonder en een tweede deel mét de aanwezigheid van Tomas. Het verhaal speelt vlak na de dood en opstanding van Jezus.

We kunnen het ons voorstellen hoe de vrienden van Jezus bij elkaar zitten. Ze zijn op zijn minst bedroefd over alles wat er is gebeurd. Hun vriend is op een vreselijke manier gestorven. En naast dat ze gewoon bedroefd zijn vanwege een gevoel van verlies, zijn ze ook bedroefd omdat ze nalatig zijn geweest. Zíj zijn het geweest die hun vriend hebben verraden en verloochend. Ze hebben hem in de steek gelaten. De consequentie van hun houding hebben ze ervaren: Jezus is opgepakt en gestorven. Ze voelen zich uit het lood geslagen, ze hebben verdriet, ze zijn teleurgesteld. Ze zitten vast in hun emoties. En daar begint dit verhaal mee. De deur was stevig op slot. Een mooier beeld van gevangen zitten in eigen emoties, in onvrij zijn, in gevoelens van bezet zijn door verdriet en angst, kan niet worden gegeven. Ze zijn afgesloten van de wereld buiten hen. Ze zijn vol van zichzelf.

Het klinkt allemaal zo gewoon in de tekst. Op de eerste dag van de week, zaten de leerlingen bijeen in een ruimte. Jezus komt binnen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. ‘Vrede’, zegt hij. Als begroeting was vrede in die tijd wel ongeveer hetzelfde als ´goede avond heren´. Maar toch, met ´Vrede´ in deze setting, krijgt de begroeting wel een ander gezicht. We kunnen immers niet vergeten dat de vrienden bij elkaar zitten nadat ze hun vriend Jezus de laatste uren van zijn leven in de steek hebben gelaten. En nu verschijnt deze Jezus met de gewoonste groet van de wereld. ´Vrede´, zegt hij. Alleen vrede. ‘Vrede voor jullie die me hebben laten vallen op het moment dat ik jullie nodig had’, dat zegt hij niet. Jezus houdt het bij vrede!

Johannes wil ons vertellen dat met de begroeting vrede, alles gezegd wordt wat vrede beoogd te zijn. Met deze begroeting verbindt Johannes vrede met vergeving. In het licht van deze vrede klinkt geen verwijt en geen beschuldiging, wordt geen excuus gevraagd.

Het is deze vrede die in het levensverhaal van Jezus tot leven is gekomen. Jezus is vrede en vergeving in persoon. Hij is het levende beeld van vrede en vergeving.

De leerlingen hebben de deur gesloten en toch komt Jezus binnen. De evangelist wil zeggen: geen gebeurtenis of barricade, geen enkele ontmoedigende situatie kan een weerstand zijn voor de aanwezigheid van vergeving en vrede.

Vervolgens zegt Jezus, ‘zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik jullie.’ In Jezus is zichtbaar geworden hoe een niet van mensen wijkende levenskracht kan leiden tot vergeving en vrede. Deze levenskracht is God of zo u wilt vanuit deze tekst, Vader genoemd en zal niet uit het leven van mensen verdwijnen.

‘Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik jullie.’ Vrede en vergeving zoals die in verhalen door Jezus tot leven worden gebracht, is aan iederéen gegeven om tot leven te brengen.’ Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik jullie!’ Jezus als beeld van vergeving en vrede blijkt geen vóórbeeld tot navolging, maar hij is beeld van een altijd aanwezige, een levende levenskracht tot vergeving en vrede. ‘Zo zend ik jullie’ zegt Jezus, ook in jullie leerlingen, kan vergeving en vrede vlees en bloed worden. ‘Zo zend ik jullie’ spreekt Jezus ook voor al degene die het verhaal verstaan. Ook wij worden hier als leerling aangesproken. Ook wij weten die levenskracht tot vergeving en vrede in ons midden aanwezig, om deze vervolgens tot leven te brengen.

Muziek Satie

En Hij ademde over hen. Zeggen dat zij gezonden zijn, zoals ook hij gezonden was, was blijkbaar niet voldoende voor Johannes. Geestkracht wordt hen ingeblazen. En hier horen we het scheppingsverhaal meeklinken. Want zijn de scheppingswoorden ook niet gesproken op momenten van vastzitten en geen uitweg meer zien. Zoals met Adem in het scheppingsverhaal de mens tot leven komt, zo herneemt Johannes deze woorden. Woorden die duidelijk moeten maken dat de mens door de Adem van het Goede, het goede dat wij God noemen, tot een nieuw begin in staat is, weer tot leven kan komen of zo u wilt, opnieuw wordt geboren. Door deze adem kunnen mensen weer opstaan uit afgesloten zijn, vrij worden van bevangen zijn, weer opnieuw tot leven komen. De mens is in staat om het leven weer te herordenen na uit het lood geslagen te zijn geweest. Voor Gods kracht en adem is niets gesloten, te donker, te diep of onbereikbaar ver afgegleden van de werkelijkheid. Goede kracht en levensadem wijkt niet van mensen, daar gelooft Johannes in, dat wil hij delen en doorgeven. Het is de levensadem die doet uitschreeuwen, die doet lachen, die doet weten dat je leeft! Het is de adem die je het gevoel geeft dat je opnieuw geboren wordt.

Cantor:

Dat wij volstromen met levensadem en schreeuwen eindelijk geboren
Dat wij volstromen met levensadem en lachen eindelijk geboren
Dat wij volstromen met levensadem, en weten eindelijk geboren

In de muziek zouden we zeggen dat het thema van een stuk al in de ouverture wordt neergezet en verder wordt uitgewerkt in de volgende delen.

Zo ook in het verhaal over de ongelovige Tomas. De toon is in de ouverture gezet en zal in het volgende deel verder wordt uitgewerkt: Levensadem die opnieuw doet beginnen, die doet opstaan, die tot vrede is, wat er ook gebeurt.

Muziek Satie

Johannes, de evangelist bouwt zijn verhaal prachtig op, want nog heeft hij niet genoeg gezegd over God als levenskracht, als Adem voor mensen. Het verhaal is voor de evangelist nog niet compleet. Naast God als Levenskracht en Adem die tot vergeving en vrede zijn, probeert Johannes op een beeldende manier verder te vertellen hoe wij deze levensadem op het spoor kunnen komen. Johannes verbindt hiertoe de verwondingen van Jezus’ kruisiging met de Levensadem.

De vraag van Tomas om de wonden te zien en te voelen is erg plastisch beschreven. Want naast dat hij de verwondingen wil zien, wil hij ze aanraken en bovendien heeft hij de behoefte om met zijn hand de opening van zijn zijde te voelen. Deze wens klinkt in mijn ogen wel een beetje bizar. Maar door Jezus wordt aan deze wens voldaan. ‘Kom maar zegt hij, ‘kijk, voel en betast’. Dichter kan Tomas toch niet bij de verwondingen komen!

‘Mijn Heer, mijn God’, spreekt hij op het moment dat hij wordt uitgenodigd om te naderen, om te zien en aan te raken.

Ook wij laten wel eens een dergelijke uitroep horen bij het zien van verschrikkelijke dingen die gebeuren: ‘Mijn God’, zeggen we dan en slaan een hand voor de mond. ‘Mijn God nog aan toe, wat verschrikkelijk.’ En verder komen we even niet.

Maar Johannes wil het niet bij een uitroep alleen laten. Met de uitroep ‘Mijn Heer, mijn God’ door Tomas, wil hij duidelijk maken dat Tomas in het naderen van de verwondingen herkent hoe de God van Jezus van Nazareth aan het licht kan komen. Johannes verbindt in dit hele verhaal de verwondingen met levenskracht en levensadem. Ook wel God genoemd.

Niet verwondingen op zich hebben het laatste woord, maar de levenskracht en levensadem om verwondingen dicht te naderen. Dat is het waar het Johannes om gaat.

Verwondingen, voortgekomen door onachtzaamheid of nalatigheid of verwondingen die ons overkomen, pijn die óns deel is of die van een ander, verwondingen door je kwetsbaar op te stellen, door te moeten loslaten wat je lief is, verwondingen horen bij het leven. De uitnodiging van Jezus om de verwondingen heel dicht te naderen, staat er niet voor niets. Kom naderbij, blijf niet op afstand, laat je raken door verwondingen die het leven met zich meedraagt, zou Johannes willen zeggen. Laat het leven zoals het zich aandient, toe. Sluit je ogen niet, sluit je niet af. Kijk om je heen en laat je raken door verwondingen. Kom met de uitroep zoals Tomas: Mijn God! En weet dan dat niet God degene is die verwondingen wil, maar dat God levensenergie en levensadem in mensen betekent om te naderen en nabij te zijn, om geraakt te durven worden. Niet voor niets herneemt Johannes de Adem uit het scheppingsverhaal. Hij kent de betekenis: Het is de levensadem die de mens in staat stelt om op momenten van uit het lood geslagen zijn, weer in evenwicht te kunnen komen, om wat niet heel is te helen, om de daad bij het woord te voegen. Het is deze levensadem die iedere mens doet opstaan en tot een nieuw begin kan brengen. Levensadem die tot vrede en evenwicht is.

Eerst zien en dan geloven, zou op deze manier toch op ons van toepassing kunnen zijn. Niet het zien van een levende Jezus als een bewijs van Godsbestaan of van een leven na de dood. Maar zien als het met een open oog en een open oor in het leven durven staan en durven geloven dat verwondingen in het leven niet het laatste woord zullen hebben. Mensen zijn bij machte om op te staan, om elkaar op de been te houden, om voor elkaar helend te zijn.

Omdat wij van horen zeggen weten, omdat ook de Jezus verhalen dit laten horen: onder de mensen is levensenergie en levensadem aanwezig, die hen tot elkaar brengt.

Er is Levensadem onder mensen die openheid voor verwondingen in de breedste zin van het woord, niet uit de weg gaat.

Vanuit een eeuwen oude traditie hebben wij horen zeggen dat het kán!

Thérèse Beemster

 

 
< Vorige   Volgende >
© 2010 Tso'ar - inspiratie en inzet
Ontwerp: Repro- van de Kamp