
| Tso'arviering - 6 januari 2008 |
|
Tso’arviering – 6 januari 2008
Omdat dit
verhaal over de drie wijzen zo tot de verbeelding heeft gesproken, heeft het in
de loop der tijd een aantal wijzigingen ondergaan. En er zijn ook dingen
toegevoegd aan het oorspronkelijke verhaal. De wijzen hebben dan ook niet
alleen in letterlijke zin vanuit het oosten een hele reis gemaakt. Ook
figuurlijk gesproken hebben zij een hele reis achter de rug: van magiërs of
wijzen naar koningen. En van koningen naar koningen met naam en toenaam:
Caspar, Balthasar en Melchior.
En die nieuwe wereld is niet alleen vol licht. Ook de rijkdom
van de volkeren valt dat nieuwe Jeruzalem ten deel: een vloed van kamelen zal u
bedekken, dromedarissen van Midjan en Efa, schrijft de profeet. Ook de kamelen
komen dus uit het boek van Jesaja. In het verhaal van Matteüs ontbreekt elk
spoor van een koninklijk vervoermiddel. De kamelen, gevonden in het boek van de
profeet Jesaja, werden later aan het verhaal van Matteüs toegevoegd. In
diezelfde tweede eeuw benoemt een kerkvader de Wijzen ook als Koningen. Hij
doet dit op grond van weer een andere tekst: psalm 72. Daarin wordt gedroomd
over de komst van een rechtvaardige koning waarvoor alle andere koningen zullen
buigen en voor wie zij geschenken zullen aandragen. Een tekst die Matteüs
wellicht in zijn achterhoofd had. Want het buigen of knielen en de geschenken
komen letterlijk in zijn verhaal over de wijzen terug. Zo komt het dat in de
westerse kerk de wijzen of de magiërs uiteindelijk als koningen werden gezien.
De kerkvader Origenes is de eerste die op grond van de
gaven goud, wierook en mirre over een drietal spreekt. Matteüs zelf noemt geen
aantal. En in een oud Alexandrijns geschrift uit circa 500 krijgen de drie
koningen hun namen: Balthasar, Caspar en Melchior. Dan, rond de 8e
eeuw, worden de drie koningen vereenzelvigd met de drie leeftijdsgroepen:
Melchior als de oudere, Balthasar als iemand van middelbare leeftijd en Caspar
als de jongste. Wanneer zij daarna ook nog worden geïdentificeerd met de drie
toen bekende werelddelen Europa, Azië en Afrika, dan is de verkondigingswaarde
duidelijk: heel de wereld van jong tot oud staat rond het kind.
Zo
spreekt bij Matteüs Jezus de volgende woorden: ‘Denk niet dat Ik gekomen ben om
de Wet en de Profeten af te breken. Ik ben niet gekomen om af te breken, maar
om te vervullen (Matt. 5: 17-20). Dat is de binnenlijn waarin Matteüs de
onverbrekelijke band bevestigt met de Joodse traditie van Wet en Profeten.
Tegelijkertijd stelt hij dat de blijde boodschap bestemd is voor álle volken (Matt.
24:14) en krijgen de leerlingen de opdracht álle volkeren tot leerling te maken
( Matt. 28: 19). Dat is de buitenlijn.
Vertrouwen
Daarmee is ook het antwoord
gegeven op de vraag waarom dit prachtige verhaal alleen bij Matteüs te vinden
is. Hij wil zijn mensen, zijn gemeente, vertrouwen geven in de toekomst en in
de omringende wereld. Door niet terug te verlangen naar wat verloren dreigt te
gaan maar met vertrouwen uit te kijken naar wat op hen afkomt. Daarom schrijft
hij zijn verhaal over drie wijzen die niet uit de eigen gelederen kwamen maar
uit het oosten. Op zoek naar het licht. En de latere kamelen, koningen en de
namen die de koningen kregen doen aan deze betekenis geen enkele afbreuk. Mij
lijkt dat Matteüs met de veranderingen en toevoegingen aan zijn verhaal
uitstekend zou hebben kunnen leven!
Het is een
verhaal met een brugfunctie: tussen wat was en dat wat komt. En die brug heeft
als naam ‘vertrouwen.’ Het verhaal van de wijzen is een buitenlijnverhaal in de
geest van Jezus zoals Matteüs die ervaren heeft
Wat kunnen wij vandaag
met dit verhaal?
Geplaatst
in een kerkelijke context zouden we
kunnen zeggen: wees niet bang om de vertrouwde kaders waarin wij ons geloof
hebben uitgezegd en ervaren, los te laten. Mensen zullen blíjven zoeken naar
licht, naar uitzicht. Mensen zullen blíjven zoeken naar woorden om datgene uit
te drukken wat in woorden bijna niet uit te zeggen valt. In deze context merkte
iemand ooit op dat de religie allang uit de kerken is verdwenen en uitgestroomd
is in de samenleving. En daar volop te vinden is in films, literatuur, kunst en
muziek. Maar ook in het gewone dagelijkse leven van mensen die met en vanuit
aandacht proberen te leven. Geloof is te vinden. Nog steeds, ook in onze tijd.
Maar niet langer of niet alleen meer op de van oudsher vertrouwde plekken. Zoals
dat ook het geval was voor de gemeente van Matteüs. En misschien komt het uit
een hoek waar je het niet had verwacht. Uit het oosten noemt Matteüs dat in
zijn verhaal.
Wat kunnen wij
vandaag met dit verhaal?
Geplaatst
in een maatschappelijke context
zouden we kunnen zeggen: wees niet bang om de vertrouwde kaders waarbinnen we
ons veilig hebben gevoeld los te laten. Dat is moeilijk. Door bijvoorbeeld de
schaalvergroting die de globalisering met zich meebrengt, zijn we geneigd ons
terug te trekken op ons eigen erf. En werden we bang voor Europa. In dit opzicht
is het onthullend en onthutsend dat de politici die inspelen op onze angst voor
het onbekende op dit moment in Nederland gróte aanhang hebben. Als een
politicus als Geert Wilders – om dan toch maar een naam te noemen – gevraagd
zou worden een verhaal te schrijven om zijn aanhang een hart onder de riem te
steken, zou hij geen verhaal hebben geschreven met wijzen in de hoofdrol. En
als Wilders het tóch over wijzen zou hebben, zou hij ze zeker niet uit het
oosten laten komen!
Wees niet
bang voor het nieuwe en het onbekende, zo houdt Matteüs zijn mensen voor. De
kern van ons bestaan en van onze roeping is menswording. Dat kan altijd, overal,
en in de meest uiteenlopende situaties. Kijk maar naar het leven van dat kind
dat gevonden werd in een kribbe in het open veld. Menswording: daar kan altijd,
overal, en in de meest uiteenlopende situaties naar gezócht worden. Door
bekenden en onbekenden. Uit oost en west. Dat verbindt ons, dat maakt
onbekenden tot bekenden. Menswording
kan in álle situaties, op álle plaatsen, op álle tijden. In dit opzicht is menswording
onbegrensd.
Wat kunnen wij
vandaag met dit verhaal?
Matteüs
zegt tot zijn gemeente: wanhoop niet wanneer de vertrouwde situatie waarbinnen
je veilig bent, ophoudt te bestaan. Want uiteindelijk gaat het om menswording
en die kan gerealiseerd worden op alle plaatsen, in alle tijden en in de meest
uiteenlopende omstandigheden. Wanneer we ons dat goed realiseren kunnen we onze
tijd en energie daaraan besteden. En niet aan het veranderen van de situatie.
Want er zijn veel situaties waaraan we niets kunnen veranderen. Zoals die
waarin de gemeente van Matteüs verkeerde.
De wijzen
uit het verhaal van Matteüs, de koningen in latere versies van het verhaal en –
nog later – Caspar, Melchior en Balthasar, zochten het mensgeworden kind en
knielden voor hem. Na een lange reis met een foute afslag richting Herodes,
vonden zij datgene wat zij de moeite waard vonden om voor te knielen en te
buigen. Als koningen hadden zij misschien alle schatten van de wereld tot hun
beschikking. Als wijzen zochten en vonden zij datgene waarvoor zij werkelijk
wilden knielen en buigen.
Maar wij
zijn en blijven mensen: bereid om voor van alles en nog wat te buigen en te
knielen. Dat is dan ook de waarde van dit verhaal voor ieder van ons persoonlijk:
het nodigt uit tot – waar nodig - herijking. De wijzen, de koningen, Caspar,
Melchior en Balthasar laten ons de vraag waarvoor wij op onze levensreis bereid
zijn te buigen en te knielen.
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|