Advertisement
Tso'arviering 'De bezetene van Gerasa' - 4 november 2007

Tso’arviering – 4 november 2007
Walther Burgering, Justitiepastor Huis van Bewaring Scheveningen

Marcus 5,1-20: De bezetene van Gerasa            

In het Nieuwe Testament treffen we geen passage aan van zo’n lugubere, innerlijke verscheurdheid, onmacht en onvrijheid als dit voorgelezen verhaal. Wanneer we de inleidende zinnen van dit Marcusverslag goed lezen, wordt ons een MENS voor ogen gesteld die ten diepste aan zichzelf lijdt en wiens gehele doen alleen maar uit tegenstrijdigheden en ongeneeslijke tegenstellingen blijkt te bestaan. Het is een man die zijn thuis daar heeft, waar geen THUIS is, en die zijn leven bouwt aan de afgrond van de dood. Zijn vaderland is de ballingschap. Zijn leven ‘on-leven’, zijn manier van contact contactvermijdend. Het is als zag deze man de hele wereld uitsluitend door een sluier van ontwrichting, terwijl hij zelf zo ontwricht is dat zijn chronische angsttoestand hem zeer veel vertrouwder is dan de schijnbare rust van alle anderen van wie hij zich afgesloten voelt.

In de angst van deze ‘bezetene’ ervaart hij alle mensen uitsluitend als dreigende tirannen en als dwingelanden van zijn vrijheid, tegen wie hij meent zich te moeten verweren. Deze voor alle anderen onbereikbare en daarom als ‘bezetene’ beschouwde man, ervaart ieder ander die in zijn buurt komt nog slechts als ketting-drager en boeien-brenger; en van beide kanten kan men goed begrijpen waarom dat zo is. Ongetwijfeld verspreidt deze man in de spelonken van Gerasa zo’n schrik om zich heen dat werkelijk iedereen die hem benadert, dit alleen maar kan met de voor hem benauwende eis dat hij zich voor anderen moet buigen en zich naar hen moet schikken; hij moet zich aanpassen en zich opnieuw binden om zo weer lid van de beschaafde mensheid te kunnen worden. En hijzelf zet heel zijn explosieve vrijheidsdrang in om iedereen te laten zien dat men hem er niet onder krijgt en niet dwingen kan - dat hij in zijn onhandelbare woede sterker is dan allen. Toch beleven wij hem als onmachtig en innerlijk uitgeleverd aan de eigen angst[1].

Het verhaal zou kunnen gaan over een (ex)gedetineerde. Zoveel parallellen. Het verhaal zou kunnen gaan over ons…. Hoe dikwijls ontmoeten we niet mensen die zodra we hen gevoelsmatig iets TE nabij komen, onmiddellijk en angstig elk contact weer verbreken en in hun isolement terugvluchten.. Is hun leven niet een grote noodkreet om hulp, een vicieuze cirkel van egocentrisme, zelfhaat, angst, eenzaamheid, strijd, onmacht. En hoe dikwijls laten wij iemand dichtbij onszelf komen…..

Precies deze tegenstrijdigheden kenmerken mensen die een tijd in detentie hebben doorgebracht, een mens die uit de Geraseense grafspelonken komt, waar hij schreeuwt en zichzelf slaat met stenen. Tuchten noemen ze dat: zelfconfrontatie, en daar niet voor weglopen, maar ermee aan de slag gaan

We zien hem van verre op Jezus toelopen; hij roept Hem toe: Ik bezweer je bij God, kwel mij niet!! Zozeer kan ons leven door leed worden overheerst en zozeer kunnen wij in ons on-leven gevangen zitten, dat we onze mogelijke bevrijding ervaren als een gevaarlijke aanslag op ons eigen leven. Deze man leeft zo diep in zijn on-leven , dat hij het als een dodelijk gevaar ziet Jezus, de Goedheid, te ontmoeten.

En Jezus beveelt de geest uit deze mens te gaan. Maar deze duivel gehoorzaamt niet. Pas als Hij naar zijn naam vraagt, kan Jezus doordringen tot in het getto van de angst. Als er een toegang is tot zijn verwoeste en verscheurde leven, dan alleen en uitsluitend in Jezus’ vraag: Jij, hoe heet jij? Wat is je naam? Die vraag kan genezen. Want, daar gaat het om: Wie ben ik? Wat leeft in mij? Wat gaat er om in mijn ziel? Wat is mijn wezen? Het zijn vergelijkbare vragen die we niet dagelijks stellen, maar wel in situaties van crisis of buiten jezelf treden.

In deze Jezusscène gebeurt het in een moment, één directe vraag – één directe antwoord; in het leven kosten vraag en antwoord gewoonlijk vele jaren…. Het is schokkend te horen hoe de bezetene probeert een eerlijk antwoord te geven… Dat hij in het geheel GEEN IK heeft waarmee men kan spreken. In plaats daarvan bestaat er in hem een veelvoud aan gewoonten, complexen, personen, gedragsregels, die met elkaar in tegenspraak zijn.. Legioen zijn wij, zegt hij. Een veelheid, die ongecoördineerd alle kanten op spuit.

Beslissend in deze merkwaardige geschiedenis is dat Jezus de bezetene toestaat zijn demonen in de varkens te sturen. De demonen zelf smeken Jezus om deze gunst, ter wille van de verlossing van deze man. Het lijkt een afschuwelijk uitleven van verinnerlijkte agressie en gewelddadigheid. Eindelijk kunnen ze naar buiten dringen en zich daar met macht ontladen[2].

De angst, het vreemde verdwijnt met een schok. De man komt weer tot zichzelf, wordt aan zichzelf teruggegeven door de macht van God. Hij krijgt weer vrijheid in zijn leven. Kan zich weer zelfstandig –ongedwongen- binden aan wat hij wil. Niet gevangen in relaties, hoge verwachtingen, situaties of beeldvorming door anderen, maar vrij…. Het gaat dus ook over ons. Waar zijn wij aan gebonden, waar worden wij door geboeid, wat houdt ons gevangen en dwingt ons handelen en denken, ons doen en laten? Maar ook, waar ligt onze bevrijding?

 

De man vraagt Jezus om bij Hem te mogen blijven, maar opvallend is dat Jezus DIT AFWIJST. De enige keer in het evangelie dat Hij dit doet! Jezus zegt hem het tegenovergestelde te doen, namelijk terug te gaan naar de zijnen, naar zijn huis, naar THUIS. Daar ligt zijn kans. Een KANS om opnieuw te beginnen om  met MENSEN samen te leven en hen opnieuw als thuisgenoten te leren kennen. Die kans moet je grijpen. Die plek moet je voor jezelf vinden

 

Levensverhalen van gedetineerden, die ik heb mogen horen, laten zien dat velen zich met hun leven in een vicieuze cirkel bevinden. Er is een extreem hoog recidivepercentage. Terugval in de criminaliteit heeft te maken met blokkades, die de opbouw van een nieuwe levensweg in de weg staan. Het gaat hierbij vaak om ingewikkelde, persoonlijke problematiek, maar ook om het ontbreken van essentiële maatschappelijke voorwaarden als grond onder het bestaan.

Op het persoonlijke vlak gaat het ondermeer om achterstanden in persoonlijke ontwikkeling, in relationele en sociale vaardigheden en in scholing; onvermogen tot het kunnen voeren van een eigen huishouding, instabiliteit in dagelijkse levensverrichtingen; verslavingsproblematiek; problematiek met betrekking tot het omgaan met de eigen religieus-culturele achtergrond; motivatie- en zingevingsproblematiek; het ontbreken van duurzame significante contacten; eenzaamheidsproblematiek en de onmacht het eigen levensverhaal te vertellen…. U ziet het `ze zijn met velen´

Wat betreft de maatschappelijke factoren spelen ondermeer de volgende factoren een rol: het ontbreken van werk, het ontbreken van huisvesting, het sociaal milieu, het ontbreken van voldoende steunende contacten, het strafblad, onvoldoende toegankelijkheid van bestaande voorzieningen. Ook hier lijkt te gelden: ´ze zijn met velen´

Om aan de gesignaleerde problematiek onder (ex)gedetineerden iets te doen, zijn vanuit het justitiepastoraat, de kerken en maatschappelijke organisaties verschillende nazorgprojecten ontwikkeld: laagdrempelige inloopprojecten en begeleid woonprojecten, zoals de Stichting Exodus ze vormgeeft o.a. in Den Haag, Leiden en Rotterdam. Het project Kerken met Stip, waarin Voorburg-Leidschendam vanaf dit najaar participeert, is ook zo´n bijdrage. Doel van Kerken met Stip[3] is geloofsgemeenschappen uit te nodigen om een huis voor de ziel te zijn voor ex-gedetineerden. Een plek waar ze gastvrij worden onthaald en terecht kunnen voor hun wekelijkse kerkdienst, maar ook voor (verdere) geloofsopvoeding in bijbelgespreksgroepen, koren, lectorschap, liturgiegroepen en ontmoetingen. Een Kerk met Stip levert een gemotiveerde ex-gedetineerde een sociaal-religieus netwerk op. Veel gedetineerden die terugkeren in de samenleving zijn bang, bang voor andere mensen. Bang om afgerekend te worden, aangesproken te worden op hun verleden, om weer verantwoording te moeten afleggen. Bang om teleurgesteld te raken in contacten, in sollicitaties, in het vinden van een huis of relatie, bang …. om te leven, om het leven niet aan te kunnen.

Deze angst is essentieel en existentieel en betekent dat zij snel geïsoleerd kunnen raken, met alle gevolgen van dien. Maar, als er mensen zijn die hen welkom heten, die hen zien en naar hun naam vragen, dan zullen duivelse gedachten kunnen verdwijnen, dan kan hun angst minder worden. Dan kunnen ze deel uitmaken van een nieuwe gemeenschap. Wij kennen dat en wij kunnen dat.

Geheel in de lijn van Jezus van Nazareth kunnen wij de mensen die buiten de samenleving zijn geplaatst opzoeken: melaatsen, bezetenen, gedetineerden, en hen terug in het sociale, religieuze leven halen en een plek geven op hun niveau, met hun (on)mogelijkheden. En zij zullen die plek vinden, soms schreeuwend: Wat heb ik met jullie te maken! Tegelijk wordt van ons gevraagd hierin ook hun smeken te horen: Stuur ons naar die varkens. Liefde, Vertrouwen en Waakzaamheid zijn daarbij sleutelbegrippen. Vraag hen naar hun naam en leer ze kennen. Angst verdwijnt als het vertrouwen groeit.

Moge het zo zijn.

 

Walther Burgering, R.K. Justitiepastor P.I. Haaglanden, locatie Scheveningen

voorzitter landelijk project Kerken met Stip en bestuurslid Exodus Den Haag

Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

 

Tso´ar, 4 november 2007

 

 



[1] E. Drewermann, Beelden van verlossing pag. 55 en 56

[2]  a.w. pag. 57-58

[3] Zie ook www.kerkenmetstip.nl voor een diversiteit aan profielen van geloofsgemeenschappen die ex-gedetineerden opvangen en een ´huis voor de ziel´ aanbieden.

 
< Vorige   Volgende >
© 2010 Tso'ar - inspiratie en inzet
Ontwerp: Repro- van de Kamp