
| Tso'arviering 'De bezetene van Gerasa' - 4 november 2007 |
|
Tso’arviering – 4 november 2007
In het Nieuwe Testament treffen we geen
passage aan van zo’n lugubere, innerlijke verscheurdheid, onmacht en onvrijheid
als dit voorgelezen verhaal. Wanneer we de inleidende zinnen van dit
Marcusverslag goed lezen, wordt ons een MENS voor ogen gesteld die ten diepste
aan zichzelf lijdt en wiens gehele doen alleen maar uit tegenstrijdigheden en
ongeneeslijke tegenstellingen blijkt te bestaan. Het is een man die zijn thuis
daar heeft, waar geen THUIS is, en die zijn leven bouwt aan de afgrond van de
dood. Zijn vaderland is de ballingschap. Zijn leven ‘on-leven’, zijn manier van
contact contactvermijdend. Het is als zag deze man de hele wereld uitsluitend
door een sluier van ontwrichting, terwijl hij zelf zo ontwricht is dat zijn
chronische angsttoestand hem zeer veel vertrouwder is dan de schijnbare rust
van alle anderen van wie hij zich afgesloten voelt.
In de angst van deze ‘bezetene’ ervaart
hij alle mensen uitsluitend als dreigende tirannen en als dwingelanden van zijn
vrijheid, tegen wie hij meent zich te moeten verweren. Deze voor alle anderen
onbereikbare en daarom als ‘bezetene’ beschouwde man, ervaart ieder ander die
in zijn buurt komt nog slechts als ketting-drager
en boeien-brenger; en van beide
kanten kan men goed begrijpen waarom dat zo is. Ongetwijfeld verspreidt deze
man in de spelonken van Gerasa zo’n schrik om zich heen dat werkelijk iedereen
die hem benadert, dit alleen maar kan met de voor hem benauwende eis dat hij
zich voor anderen moet buigen en zich naar hen moet schikken; hij moet zich
aanpassen en zich opnieuw binden om zo weer lid van de beschaafde mensheid te
kunnen worden. En hijzelf zet heel zijn explosieve vrijheidsdrang in om
iedereen te laten zien dat men hem er niet onder krijgt en niet dwingen kan -
dat hij in zijn onhandelbare woede sterker is dan allen. Toch beleven wij hem
als onmachtig en innerlijk uitgeleverd aan de eigen angst[1].
Het verhaal zou kunnen gaan over een
(ex)gedetineerde. Zoveel parallellen. Het verhaal zou kunnen gaan over ons…. Hoe
dikwijls ontmoeten we niet mensen die zodra we hen gevoelsmatig iets TE nabij
komen, onmiddellijk en angstig elk contact weer verbreken en in hun isolement
terugvluchten.. Is hun leven niet een grote noodkreet om hulp, een vicieuze
cirkel van egocentrisme, zelfhaat, angst, eenzaamheid, strijd, onmacht. En hoe
dikwijls laten wij iemand dichtbij onszelf komen…..
Precies deze tegenstrijdigheden kenmerken
mensen die een tijd in detentie hebben doorgebracht, een mens die uit de
Geraseense grafspelonken komt, waar hij schreeuwt en zichzelf slaat met stenen.
Tuchten noemen ze dat:
zelfconfrontatie, en daar niet voor weglopen, maar ermee aan de slag gaan
En Jezus beveelt de geest uit deze mens
te gaan. Maar deze duivel gehoorzaamt niet. Pas als Hij naar zijn naam vraagt,
kan Jezus doordringen tot in het getto van de angst. Als er een toegang is tot
zijn verwoeste en verscheurde leven, dan alleen en uitsluitend in Jezus’ vraag:
Jij, hoe heet jij? Wat is je naam? Die vraag kan genezen. Want, daar gaat het
om: Wie ben ik? Wat leeft in mij? Wat gaat er om in mijn ziel? Wat is mijn
wezen? Het zijn vergelijkbare vragen die we niet dagelijks stellen, maar wel in
situaties van crisis of buiten jezelf treden.
In deze Jezusscène gebeurt het in een
moment, één directe vraag – één directe antwoord; in het leven kosten vraag en
antwoord gewoonlijk vele jaren…. Het is schokkend te horen hoe de bezetene
probeert een eerlijk antwoord te geven… Dat hij in het geheel GEEN IK heeft
waarmee men kan spreken. In plaats daarvan bestaat er in hem een veelvoud aan
gewoonten, complexen, personen, gedragsregels, die met elkaar in tegenspraak
zijn.. Legioen zijn wij, zegt hij.
Een veelheid, die ongecoördineerd alle kanten op spuit.
Beslissend in deze merkwaardige
geschiedenis is dat Jezus de bezetene toestaat zijn demonen in de varkens te sturen. De demonen zelf
smeken Jezus om deze gunst, ter wille van de verlossing van deze man. Het lijkt
een afschuwelijk uitleven van verinnerlijkte agressie en gewelddadigheid.
Eindelijk kunnen ze naar buiten dringen en zich daar met macht ontladen[2].
De angst, het vreemde verdwijnt met een
schok. De man komt weer tot zichzelf, wordt aan zichzelf teruggegeven door de
macht van God. Hij krijgt weer vrijheid in zijn leven. Kan zich weer zelfstandig
–ongedwongen- binden aan wat hij wil. Niet gevangen in relaties, hoge
verwachtingen, situaties of beeldvorming door anderen, maar vrij…. Het gaat dus
ook over ons. Waar zijn wij aan gebonden, waar worden wij door geboeid, wat
houdt ons gevangen en dwingt ons handelen en denken, ons doen en laten? Maar
ook, waar ligt onze bevrijding?
De man vraagt Jezus om bij Hem te mogen
blijven, maar opvallend is dat Jezus DIT AFWIJST. De enige keer in het
evangelie dat Hij dit doet! Jezus zegt hem het tegenovergestelde te doen,
namelijk terug te gaan naar de zijnen, naar zijn huis, naar THUIS. Daar ligt
zijn kans. Een KANS om opnieuw te beginnen om met MENSEN samen te leven en hen opnieuw als thuisgenoten te leren kennen. Die kans
moet je grijpen. Die plek moet je voor jezelf vinden
Levensverhalen van gedetineerden, die ik
heb mogen horen, laten zien dat velen zich met hun leven in een vicieuze cirkel
bevinden. Er is een extreem hoog recidivepercentage. Terugval in de
criminaliteit heeft te maken met blokkades, die de opbouw van een nieuwe
levensweg in de weg staan. Het gaat hierbij vaak om ingewikkelde, persoonlijke
problematiek, maar ook om het ontbreken van essentiële maatschappelijke
voorwaarden als grond onder het bestaan.
Op het persoonlijke vlak gaat het
ondermeer om achterstanden in persoonlijke ontwikkeling, in relationele en
sociale vaardigheden en in scholing; onvermogen tot het kunnen voeren van een
eigen huishouding, instabiliteit in dagelijkse levensverrichtingen;
verslavingsproblematiek; problematiek met betrekking tot het omgaan met de
eigen religieus-culturele achtergrond; motivatie- en zingevingsproblematiek;
het ontbreken van duurzame significante contacten; eenzaamheidsproblematiek en
de onmacht het eigen levensverhaal te vertellen…. U ziet het `ze zijn met
velen´
Wat betreft de maatschappelijke factoren
spelen ondermeer de volgende factoren een rol: het ontbreken van werk, het
ontbreken van huisvesting, het sociaal milieu, het ontbreken van voldoende
steunende contacten, het strafblad, onvoldoende toegankelijkheid van bestaande
voorzieningen. Ook hier lijkt te gelden: ´ze zijn met velen´
Om aan de gesignaleerde problematiek
onder (ex)gedetineerden iets te doen, zijn vanuit het justitiepastoraat, de
kerken en maatschappelijke organisaties verschillende nazorgprojecten
ontwikkeld: laagdrempelige inloopprojecten en begeleid woonprojecten, zoals de
Stichting Exodus ze vormgeeft o.a. in Den Haag, Leiden en Rotterdam. Het
project Kerken met Stip, waarin Voorburg-Leidschendam vanaf dit najaar
participeert, is ook zo´n bijdrage. Doel van Kerken met Stip[3]
is geloofsgemeenschappen uit te nodigen om een
huis voor de ziel te zijn voor ex-gedetineerden. Een plek waar ze gastvrij worden
onthaald en terecht kunnen voor hun wekelijkse kerkdienst, maar ook voor
(verdere) geloofsopvoeding in bijbelgespreksgroepen, koren, lectorschap,
liturgiegroepen en ontmoetingen. Een Kerk met Stip levert een gemotiveerde
ex-gedetineerde een sociaal-religieus netwerk op. Veel gedetineerden die
terugkeren in de samenleving zijn bang, bang voor andere mensen. Bang om
afgerekend te worden, aangesproken te worden op hun verleden, om weer verantwoording
te moeten afleggen. Bang om teleurgesteld te raken in contacten, in
sollicitaties, in het vinden van een huis of relatie, bang …. om te leven, om
het leven niet aan te kunnen.
Deze angst is essentieel en existentieel
en betekent dat zij snel geïsoleerd kunnen raken, met alle gevolgen van dien.
Maar, als er mensen zijn die hen welkom heten, die hen zien en naar hun naam
vragen, dan zullen duivelse gedachten kunnen verdwijnen, dan kan hun angst
minder worden. Dan kunnen ze deel uitmaken van een nieuwe gemeenschap. Wij
kennen dat en wij kunnen dat.
Geheel in de lijn van Jezus van Nazareth
kunnen wij de mensen die buiten de samenleving zijn geplaatst opzoeken: melaatsen,
bezetenen, gedetineerden, en hen terug in het sociale, religieuze leven halen
en een plek geven op hun niveau, met hun (on)mogelijkheden. En zij zullen die
plek vinden, soms schreeuwend: Wat heb ik
met jullie te maken! Tegelijk wordt van ons gevraagd hierin ook hun smeken
te horen: Stuur ons naar die varkens.
Liefde, Vertrouwen en Waakzaamheid zijn daarbij sleutelbegrippen. Vraag hen
naar hun naam en leer ze kennen. Angst verdwijnt als het vertrouwen groeit.
Moge het zo zijn.
Walther
Burgering, R.K. Justitiepastor P.I. Haaglanden, locatie Scheveningen
voorzitter landelijk project Kerken met Stip en bestuurslid
Exodus Den Haag
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
Tso´ar, 4
november 2007
[1] E. Drewermann, Beelden van verlossing pag. 55 en 56 [2] a.w. pag. 57-58 [3] Zie ook www.kerkenmetstip.nl voor een diversiteit aan profielen van geloofsgemeenschappen die ex-gedetineerden opvangen en een ´huis voor de ziel´ aanbieden. |
| < Vorige | Volgende > |
|---|